Per hoofdstuk
Waarmee ook niet mag worden getalmd, is de omschakeling van de belastingen op de productie van welvaart naar heffingen op activiteiten die onze toekomstige welvaart in het gedrang brengen, zoals de pollutie of de opwarming van de aarde. Het zou misdadig zijn onze kinderen en kleinkinderen een planeet na te laten die minder leefbaar is dan degene die we zelf hebben geërfd. Toch is het precies datgene wat dreigt te gebeuren indien we niet snel optreden. Door de te hoge uitstoot van CO² en andere schadelijke gassen wordt de warmte van de zon binnen de atmosfeer vastgehouden, waardoor de temperatuur op aarde stelselmatig toeneemt. De bewijzen hiervoor zijn overweldigend. De jaren negentig waren het warmste decennium ooit. De meest recente recordjaren waren 2001, 2002, 2003. Het aantal orkanen van de categorie 4 en 5 zoals Katrina in de Verenigde Staten bijvoorbeeld zijn de laatste dertig jaar verdubbeld in aantal. Vele dorpen die boven de “malariagrens” zijn gebouwd, zoals in de Colombiaanse Andes, zien met de warmte ook malaria toenemen. Het gesmolten water van ijs van gletsjers in Groenland is het voorbije decennium verdubbeld. En minstens 279 plant- en diersoorten zijn zich door de opwarming reeds in de richting van de polen aan het bewegen.
Als we niets ondernemen, vallen grote catastrofes niet uit te sluiten. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie zal het aantal doden door de opwarming van de aarde door toedoen van overstromingen, orkanen en malaria verdubbelen. Dat betekent driehonderdduizend mensen per jaar binnen een kwarteeuw. Door het smelten van massa’s ijs in Groenland en op Antarctica zal het waterpeil voor het einde van de eeuw met één meter stijgen. Honderd miljoen mensen die minder dan één meter boven de zeespiegel leven, zullen daardoor met overstroming worden bedreigd. Hittegolven, droogtes en bosbranden zullen frequenter en heviger worden. En meer dan een miljoen plant- en diersoorten zullen tegen 2050 met uitsterven zijn bedreigd.
We kunnen een dergelijke ecologische catastrofe onmogelijk aan onze nazaten nalaten. Actie is dringend en noodzakelijk. Daarom zullen we de drie grote boosdoeners van CO², de bedrijven, het verkeer en de gezinnen, moeten dwingen om hun gedrag drastisch te wijzigen. En we zullen dat op een intelligente wijze moeten doen, met andere woorden zonder onze economie te nekken. Integendeel. Zo’n gedragsverandering kan de economische activiteit stimuleren.
Een massale verschuiving van belastingen op productie en arbeid naar heffingen op vervuiling en uitstoot van CO² is de aangewezen weg. In plaats van de Kyoto-doelstellingen te willen halen door ondernemingen extra reglementeringen op te leggen, moet een nieuwe, meer intelligente aanpak worden uitgedokterd die zowel de economie als de ecologie ten goede komt. Daarom het voorstel om de totale CO² die de ondernemingen in ons land volgens de Kyoto-afspraken mogen uitstoten, openbaar te veilen. Hiermee kopen en betalen ze dus het maximum van CO² dat elk jaar mag worden uitgestoten. Hierbij zou uiteraard een korting of vrijstelling moeten gegeven worden aan die bedrijven die reeds aan de top staan van de energie-efficiëntie zoals bijvoorbeeld onze chemische ondernemingen. Daarmee geen rekening houden, zou onrechtvaardig en vooral heel onverstandig zijn. Hoe dan ook, de opbrengst van de veiling zou integraal moeten worden aangewend om de belasting op de bedrijven, de vennootschapsbelasting verder te reduceren, zo mogelijks helemaal af te schaffen. Zo geven we zowel onze leefomgeving als onze economie nieuwe zuurstof.
We weten dat het verkeer evenzeer een grote verantwoordelijkheid draagt in de uitstoot van schadelijke gassen. Accijnzen en de btw die op iedere liter brandstof worden geheven, zijn al een vorm van groene fiscaliteit met het doel dit af te remmen. Daarnaast is het een goed idee om de autobelasting op het vermogen zoals die vandaag bestaat, te vervangen door een belasting in functie van de uitstoot van CO².
Eenzelfde logica moeten we ook doorvoeren voor de CO²-uitstoot waarvoor de gezinnen aansprakelijk zijn. Vandaag betalen die een onroerende voorheffing gebaseerd op het kadastraal inkomen van de woning. Dat KI is niet altijd even rechtvaardig. Zo heeft een kleine stadswoning vaak een hoger KI dan een villa op het platteland. Bovendien worden eigenaars die renoveren of verbouwen met een verhoging van het KI bestraft. Waarom de onroerende voorheffing dan ook niet vervangen door een belasting op de uitstoot per woning? Huizen die meer verwarming behoeven, zullen ook meer belasting betalen. Maar het grote voordeel van zo’n aanpak is de vrije keuze. Wie zijn huis goed isoleert en een verwarmingsinstallatie plaatst die de CO²-uitstoot tot een minimum reduceert, zal daar voortaan voor worden beloond.
Halen we op die manier de Kyoto-doelstellingen? En hoe garanderen we onze energiebevoorrading? De prijs van energie zal blijven stijgen. En de vraag ernaar zal blijven toenemen. Energie dreigt bovendien steeds vaker te worden ingezet als politiek instrument. Europa en dus ook België energieonafhankelijk maken, is het enige goede antwoord op deze uitdaging. Daarbij zal het niet volstaan her en der een windmolenpark neer te zetten. Daartoe zijn zowel ingrijpender beslissingen als meer investeringen nodig. Eerst en vooral op het vlak van de aanvoer van vloeibaar aardgas (LNG). Het ontwikkelen van meer opslag- en transportcapaciteit moet het mogelijk maken Europa vanuit een groter aantal landen te bevoorraden en zo minder afhankelijk te worden van de toevoer uit Rusland langs pijplijnen die op ieder ogenblik kunnen worden afgesloten. Ten tweede moeten we massaal investeren in hernieuwbare energiebronnen: windmolenparken, fotovoltaische cellen of zonne-energie. Maar ook in het onderzoek naar nieuwe hernieuwbare energie zoals waterstof. Blijft de vraag of we het zonder nucleaire energie kunnen klaren. Wat het antwoord ook moge zijn, het is natuurlijk een onbetwistbaar feit dat met een grote hoeveelheid megawatts afkomstig van kerncentrales de Kyoto-doelstellingen gemakkelijker haalbaar zullen zijn, terwijl we tegelijkertijd onze energieonafhankelijkheid verhogen. Maar weegt het kernafval dat zulke centrales achterlaten wel op tegen deze voordelen? Het antwoord hierop hangt volledig af van de vooruitgang die we in de nabije toekomst kunnen boeken op het vlak van de nucleaire technologie. Kernafval produceren en stockeren dat hoogradioactief is en dat ook nog honderden generaties blijft, is geen uitweg. Wanneer we er echter in slagen nucleaire centrales van de nieuwe generatie, de zogenaamde vierde generatie, te ontwikkelen, waarbij het afval beperkt blijft en de radioactiviteit van dat afval snel tot lage waarden wordt herleid, dan zijn er heel wat minder bezwaren. In dat geval moeten we onderzoeken of het een valabele optie is om de huidige centrales eerst te moderniseren en ze daarna te vervangen door reactoren van de nieuwe generatie. Wat het antwoord op deze vraag ook is, uiteindelijk zal kernfusie dat geen afval produceert de uitkomst bieden. Maar dat is een technologie die ten vroegste in 2060 op punt zal staan.











