Per hoofdstuk
Iedere tribale of gesloten benadering van de samenleving deelt de mensen op in categorieën, in vakjes, in hokjes. Elke mens krijgt daarbij een etiket, met andere woorden een enkelvoudige identiteit opgekleefd. En naargelang het om fundamentalisten, racisten of extreem nationalisten gaat, is dat de religie, het ras, het volk, de klasse of de stand waartoe je behoort.
Uiteindelijk is zo’n benadering de oorzaak van elke segregatie in de samenleving, van elke oorlog, kortom van elk maatschappelijk onrecht of conflict. Wie anders is, wordt buiten de groep gestoten of erger, geliquideerd. Maar zo’n benadering is niet alleen gevaarlijk, zij is bovendien onjuist, met andere woorden op foute premissen gestoeld. Een enkelvoudige identiteit bestaat immers niet. Geen enkele mens kan zomaar in een hokje of een kastje worden gestopt. Neem nu twee vrouwen van veertig jaar wonend in dezelfde straat, in dezelfde stad. Beiden zijn verkoopster in een kledingzaak en moeder van twee kinderen. Op het eerste zicht gaat het om twee personen van dezelfde groep, met dezelfde identiteit, die min of meer hetzelfde denken of in ieder geval dezelfde principes zouden moeten aankleven? Maar is dit wel zo? Misschien blijft de ene vrouw graag thuis tijdens de vakantie, terwijl de andere een wereldreiziger is. Misschien kijkt de ene vrouw liefst televisie, terwijl de andere aan vrijwilligerswerk doet. De ene is misschien diep gelovig. De andere helemaal niet. Wanneer deze twee vrouwen die in dezelfde straat van hetzelfde dorp wonen al zo verschillend zijn, waarom zou dan “Antwerpenaar” of “Vlaming” zijn doorslaggevend zijn voor iemands identiteit?
Het is natuurlijk juist dat de familie waarin je opgroeit of het land waarin je woont, mee bepaalt wie je bent of wat je wordt. “Antwerpenaar” of “Vlaming” zijn, schept onmiskenbaar een band, een gevoel van verwantschap. Het bepaalt mede die identiteit. Maar het is nooit een allesbepalende factor. Mensen hebben meervoudige kenmerken. Een man of een vrouw is tegelijk echtgenoot of vrijgezel, ondernemer of arbeider, agnost of gelovige, boekenliefhebber of voetbalfanaat, enzovoort. En even belangrijk als deze meervoudige identiteit is het feit dat die identiteit nooit af is. Mensen zijn per definitie niet gebonden door “wie ze zijn”. Ze zijn in staat om op basis van emotionele of rationele gronden te beslissen “wie ze willen zijn”, tot welke groep ze willen behoren en welke groepsregels ze derhalve aanvaarden.
Niet je afkomst, maar je toekomst telt. De keuzes die je maakt. Dat is de vrijheid van iedere mens. En dat is wat ik individualisme, “positief individualisme” noem. Het diametraal tegenovergestelde van tribalisme of collectivisme. De mens benaderen als individu, niet als een groepsdier zonder eigen wil. Wie dat toch doet, doet de mens onrecht aan, betuttelt hem, vernedert hem. Want wie mag zich het recht toeëigenen om te bepalen welke keuze iemand anders moet maken? Betutteling of paternalisme is de ergste vijand van de mens, precies omdat het hem of haar de vrijheid ontneemt om “te zijn wie hij of zij wil zijn”.
Over het individualisme moeten echter drie hardnekkige misverstanden uit de wereld worden geholpen. Ten eerste mag het absoluut niet worden verward met een hang naar cultuurrelativisme of het negeren van een gemeenschappelijk, universeel waardepatroon. Integendeel. De hoeksteen van het individualisme bestaat juist uit een aantal onwrikbare, universele waarden zoals de vrijheid van meningsuiting, de scheiding van kerk en staat of de gelijkheid van man en vrouw. Geen enkele cultuur of religie kan aan deze waarden tornen. Ten tweede heeft individualisme niets te maken met egoïsme. Egoïsme is de verwerpelijke houding waarbij men vrijheid opeist voor zichzelf zonder zich om de onvrijheid van de anderen te bekommeren. Erger nog, men eist vrijheid op voor zichzelf ten koste van de vrijheid van de anderen. Het individualisme verwerpt zo’n egoïstische houding. Wat men voor zichzelf verlangt, moet men ook gunnen aan anderen. En wat men voor zichzelf opeist, mag niet gaan ten koste van anderen. Solidariteit en mededogen zijn onlosmakelijk verbonden met een positieve invulling van het individualisme. Meer nog, individualisme zonder mededogen en zonder solidariteit is zinledig, onbestaande eigenlijk, want zo’n individualisme negeert haar uitgangspunt, met name het individuele bestaansrecht van de ander. Ten slotte is het individualisme helemaal niet in tegenstrijd met het recht zich te verenigen. Het recht van vereniging is juist een van de grondrechten die het liberalisme toekent aan ieder lid van de samenleving. Individualisme en liberalisme verdedigen bij uitstek alle verenigingen en groeperingen die zich op een spontane manier organiseren om zo het beste uit elke mens te halen.
Een positief individualisme is het enige aanvaardbare mensbeeld. Het benadert de mens niet alleen als deel van een groep, maar vooral als een vrij individu dat in staat is om zelf keuzes te maken en daardoor verantwoordelijkheid en engagement op te nemen. Alleen zo’n open en progressieve samenleving beschikt over voldoende veerkracht en weerbaarheid waardoor we geen angst hoeven te hebben van de enorme snelheid waarmee de wereld vandaag muteert.











