Per hoofdstuk
Sommige politici gaan ervan uit dat de mens die keuze niet heeft. Zij stellen dat de geschiedenis en dus het menselijk handelen aan vaste wetmatigheden onderhevig is. Omgekeerd zijn ze er rotsvast van overtuigd dat aan de hand van de geschiedenis de toekomst perfect voorspelbaar is. In hun visie die de liberale denker Karl Popper omschreef als historicisme is de invloed van de mens op de grote maatschappelijke ontwikkelingen vrijwel nihil. Met andere woorden zij beschouwen de hoger geschetste wereld als een quasi onvermijdelijke, onontkoombare stap in de ontwikkeling.
Hoe fout die redenering is, bleek de voorbije decennia op een terrein dat op het eerste zicht nauwelijks iets met politiek te maken heeft: de fysica. Ook daar gold tot voor kort eenzelfde deterministische overtuiging. Van Newton tot Einstein ging iedereen ervan uit dat de wetten van de natuur onontkoombaar en onomkeerbaar waren. Dankzij de zwaartekracht valt de appel uit de boom en dat naar beneden en niet omgekeerd. Het was de Belgische Nobelprijswinnaar Ilya Prigogine die bewees dat deze stelling niet altijd klopt. Uit zijn onderzoek naar de wereld van de kleinste deeltjes bleek immers dat chemische processen vaak onvoorspelbaar en soms zelfs omkeerbaar waren. Met zijn chaostheorie toonde hij aan dat langs een onzekere, onvoorspelbare wanorde soms een mooiere, hogere orde kan ontstaan. Het resultaat is niet bij voorbaat te voorspellen, laat staan in een axioma of een wet te gieten omdat alles afhangt van wat elk kleinste deeltje autonoom doet. In de natuur geldt volgens Prigogine hetzelfde en bestaat er een kleine kans dat “de vleugelslag van een vlinder in het Amazonewoud uiteindelijk een storm verwekt in Europa”.
Volgens mij werkt onze moderne samenleving net op dezelfde manier als de wereld van de kleinste deeltjes of de natuur. Elk individu speelt een hoofdrol. Ieder van ons bepaalt mee de toekomst. Het is de mens die met vallen en opstaan, met “trial” en “error” de weg naar de toekomst baant en niemand anders. En die toekomst is open, onvoorspelbaar en hangt af van wat wij er zelf van maken. We moeten geloven in de mens en in zijn mogelijkheden en daarom lijnrecht ingaan tegen het geloof dat sommigen koesteren in allerlei wetmatigheden en blinde vooroordelen. Zo’n bijgeloof miskent de keuzevrijheid van de mens en ontzegt hem het recht om autonoom te denken en te handelen. Hetzelfde geldt overigens voor het tribalisme, het geloof in de predominantie van ras, de groep of de stam dat opnieuw opgeld maakt. Dat geloof is niet nieuw, maar van alle tijden. Het Athene onder Pericles was de eerste samenleving die het tribaal groepsdenken afzwoor en resoluut geloofde in de kracht van de menselijke vrijheid, zowel politiek als economisch. Iedere burger of onderdaan bezit een stukje talent dat mee gestalte kan geven aan een vrije en welvarende samenleving. Het leidde tot een economische en intellectuele bloei zonder voorgaande. Pericles was de eerste die bewust koos voor een vrije en open maatschappij en dat tegen vele tijdgenoten waaronder Plato in, die naar het evenbeeld van Sparta een militaristische en aristocratische maatschappij wou vestigen, ontdaan van elke vorm van democratie of medezeggenschap.
Het optimisme van Francis Fukuyama valt evenwel moeilijk te delen. Het “einde van de geschiedenis” zoals hij triomfantelijk verkondigde, dat wereldwijd de onbetwistbare heerschappij van de liberale democratie en de open samenleving had moeten inluiden, is spijtig genoeg nog niet in zicht. “De weg naar de moderne slavernij” zoals Friedrich von Hayek het noemde, ligt nog steeds wagenwijd open. Het fascisme en communisme zijn dan wel overwonnen, maar het tribalisme en het collectivisme dat eraan ten grondslag liggen, allerminst. Overal rondom ons zien we nieuwe vormen van eng groepsdenken opduiken, soms vermomd in nieuwe gedaanten, soms heel expliciet. De nieuwe belagers van de open samenleving bedienen zichzelf dan niet meer van de fascistische of communistische retoriek, de inhoud blijft in wezen identiek: het inpeperen van de angst voor de ander en het terugplooien op de eigen groep. Een boodschap die aanslaat, zeker nu de toekomst van Europa er niet bijster goed uitziet en de mensen daar onzeker en angstig van worden. Eerder dan te pleiten voor diepgaande hervormingen, voeden de belagers van de liberale democratie die angst, koesteren ze die onzekerheid. Het is als zuurstof voor het vuur van hun bekrompenheid.
Alleen het gezicht van hun vijand verschilt. Fundamentalisten bestrijden elkeen die een ander geloof aankleeft. Nationalisten zien in alle andere volkeren een tegenstrever. Etatisten willen dan weer de eigen wil van het individu uitschakelen. En voor conservatieven is iedereen die verandering wil al een bedreiging op zich. Maar in wezen zijn het vier gezichten van eenzelfde aspiratie, eenzelfde hang naar een enge, besloten samenleving die door zich af te schermen van de buitenwereld hoopt de problemen buiten haar muren te houden. Een samenleving in de vorm van een schuilkelder als het ware. Een illusie, want de wereld is al lang geen verzameling meer van honderd tweeënnegentig keurig van elkaar gescheiden staten, veilig teruggetrokken achter hun natuurlijke grenzen, elk met hun eigen taal, religie en culturele eigenheid. Neen, de wereld is één groot dorp geworden, waarin de talen, godsdiensten en tradities zich vermengen en waarin de nationale economieën één grote markt zijn geworden. In zo’n wereld leidt meer vrijheid tot meer geluk en meer welvaart. Terwijl tribaal groepsdenken onafwendbaar verglijdt naar meer armoede en isolement.
Nochtans is niets zo gemakkelijk als het vieren van de teugels van het tribalisme. Inspelen op de gevoelens van angst en onzekerheid die leven onder de bevolking, is eenvoudig. Die gevoelens een megafoon verschaffen is zelfs doodsimpel. Maar het is het foute antwoord op de uitdagingen van morgen.











