Het burgermanifest als spiegel van een tijdperk

Het eerste burgermanifest verscheen in januari 1991. Het tweede in juni 1992. Het derde werd gepubliceerd in september 1994. De voornaamste kritiek die ik in het begin van de jaren negentig op het politieke bestel van ons land had, was de verstarring, de sclerose, de verlamming. De Belgische samenleving werd verstikt door de macht van de zuilen en de drukkingsgroepen. Politieke partijen waren verworden tot pure aanhangsels van bevriende organisaties met slechts één doel voor ogen: het bestendigen van hun macht in ruil voor stemmen bij verkiezingen. Veranderen was taboe. Hervormen een vloek. Velen herinneren zich wellicht niet meer hoe ons land toen gebukt ging onder een staatsschuld die de hoogste was van de Europese Unie of hoe failliete overheidsbedrijven zoals Sabena permanent belastinggeld toegestopt kregen. De economie was vastgeroest door zware belastingen om nog niet te spreken over de schier oneindige reeks reguleringen. Politieke benoemingen waren troef. Het cliëntelisme tierde welig. Ethische vraagstukken bleven onaangeroerd. Terend op het groepsegoïsme van de bevriende zuilen leek het of politiek België zichzelf het verbod had opgelegd hierin verandering te brengen. Niet voor niets werd België toen de zieke man van Europa genoemd.

Twaalf jaar later kan niemand nog ontkennen dat ons land veranderd is. Grondige hervormingen zijn niet alleen bespreekbaar geworden, ze werden ook doorgevoerd. De meeste politieke bewegingen werden bijvoorbeeld gedemocratiseerd. Vandaag worden in alle democratische partijen de voorzitters aangewezen in rechtstreekse verkiezingen waaraan alle leden kunnen deelnemen. Het primaat van de politiek tegenover het middenveld werd hersteld. Drukkingsgroepen en belangenorganisaties hebben hun juiste plaats teruggevonden. De telecom- en energiemarkten werden geliberaliseerd en de meeste overheidsbedrijven werden geprivatiseerd. Cruciale overheidsdiensten zoals de politie en het agentschap dat waakt over de voedselveiligheid werden grondig gemoderniseerd. De belastingen die wegen op de burgers en de bedrijven werden voor het eerst verminderd. Als gevolg van dit alles daalde de staatsschuld tot minder dan negentig procent van ons bruto binnenlands product. Het Generatiepact van zijn kant zorgde voor een mentale ommekeer. De bevolking beseft dat, wil ze de welvaart behouden, zij in de toekomst langer zal moeten werken. Tegelijk werd een tweede pijler van gekapitaliseerde pensioenfondsen opgericht, terwijl de derde pijler, het individuele pensioensparen, werd uitgebreid. Werknemers kunnen vandaag ook aandeelhouder worden van het bedrijf waar ze actief zijn. Ook op ethisch vlak heeft ons land de voorbije jaren een ware revolutie achter de rug. Naast abortus werd ook een humane regeling voor euthanasie uitgewerkt. Het officieel samenwonen, huwen en adopteren door holebi’s werd mogelijk gemaakt. De schuldloze echtscheiding staat op het punt te worden ingevoerd.

Ik ga niet beweren dat alle ideeën uit de burgermanifesten werden verwezenlijkt. Nog al wat van die voorstellen bleven in de kartons van de goede voornemens steken. En dan denk ik aan het begraven van de stemplicht, de invoering van referenda of volksraadplegingen of het afschaffen van de Senaat. Mensen vragen zich af hoe dit in hemelsnaam mogelijk is, nu ik toch al meer dan zeven jaar de regering leid? Het antwoord is eenvoudig. Om in onze democratie je ideeën te realiseren, moet je beschikken over een parlementaire meerderheid. En schaart die meerderheid in het parlement zich niet achter jouw mening, dan mag je het vergeten, hoezeer je het ook anders wil. Dat is, wat ik de “zwaartekracht” van de Belgische politiek zou willen noemen. De Wetstraat in Brussel is een bijzonder complex universum waarin tal van meerderheden en coalities nodig zijn om iets in beweging te krijgen.

Toch is het zo dat de drie burgermanifesten vandaag om een vervolg vragen. Dat is niet zo verwonderlijk. Zoals alle geschriften zijn zij producten van hun tijd. Zij vormen geen Bijbel, Koran of Talmoed waarvan de gelovigen verwachten dat ze voor eeuwig geldig zullen blijven. Een politiek manifest moet in zijn tijd worden gelezen. En een nieuwe tijd vraagt om een nieuwe benadering, een progressieve visie. Dat is zeker het geval vandaag. De wereld is de voorbije twaalf jaar immers grondig gewijzigd. We leven, zonder het soms goed te beseffen, in revolutionaire tijden met nieuwe uitdagingen en nieuwe vragen die om een passend antwoord schreeuwen.

Precies daarom is het zo ontstellend om vast te stellen dat het politieke debat steeds holler klinkt. Politiek lijkt steeds meer te verzanden in discussies over stijl, over wie in welk tv-programma zit of wie in één of andere internetpeiling een plaatsje in de rangschikking is opgeschoven. Politiek wordt te vaak verengd tot het louter besturen van het overheidsapparaat waarbij de richting die de maatschappij uitgaat er niet of nauwelijks toe doet. Politiek zonder visie, zonder overtuiging, zonder ideologie is nochtans een weg die onvermijdelijk opnieuw leidt naar het status-quo. Ik zeg ‘opnieuw’, want het is net dit status-quo, deze verstarring van de politieke geesten en gewoontes die mij vijftien jaar geleden ertoe aanzette tot het schrijven van mijn eerste manifest. Ik wilde toen aantonen dat niet het immobilisme, maar verandering het antwoord was op de uitdagingen van de moderne wereld. Met dit vierde burgermanifest wil ik precies hetzelfde doen. Ook al is het niet mijn bedoeling om in te gaan op elk thema. Nieuwe voorstellen omtrent de federale staatsstructuur bijvoorbeeld zullen op een ander moment volgen. Dit manifest tekent op de fundamenten van het verleden een koers uit voor de maatschappelijke veranderingen van de toekomst. Zonder angst, zonder pleinvrees. Met de kracht van de overtuiging dat het morgen beter kan zijn dan vandaag.

Normaal lettertype Groter lettertype Extra groot lettertype
burgermanifest.be
openvld-lila.be
OpenTube.be
Rapport Van Mechelen
Word Lid
Liberale lijn in Regeerakkoord
Bezoek de Brainlane website