De evaluatie
Het Eerste Burgermanifest
Het Tweede Burgermanifest
Het Derde Burgermanifest
De verhouding mens en maatschappij kan twee kanten uit. Ofwel wordt de mens conformistisch, gelaten, passief, apathisch en verwordt hij tot een soort massa-mens die zijn doen en laten door anderen laat bepalen. Ofwel gaat de mens op grond van actieve, persoonlijke keuzen zijn leven inhoud geven (15).
Die laatste, actieve, bewuste houding komt in onze hedendaagse samenleving steeds minder voor. De mensen vinden het ogenschijnlijk goed dat anderen in hun plaats beslissen. Zij schrikken er kennelijk voor terug zelf keuzen te maken of risico's te nemen en hebben er geen moeite mee van de wieg tot het graf te worden begeleid. Zij vergenoegen zich ermee de groep te volgen zonder lastige vragen te stellen of vervelende opmerkingen te maken. In onze moderne maatschappij heeft de mens zich bijgevolg ontwikkeld (hoewel de formulering "is de mens verworden tot" mij meer toepasselijk lijkt) tot een behoudsgezind wezen dat nog in weinig herinnert aan het mensbeeld dat onze westerse beschaving eeuwenlang heeft nagestreefd. In die visie was de mens een redelijk denkend wezen, die zelfstandig en bewust beslissingen nam, en zin gaf aan zijn eigen bestaan.
Moeten we die eeuwenoude utopie thans opgeven? Mogen we niet langer dat ideaal nastreven? Moeten we bakzeil halen, nu blijkt hoezeer de mens nog verwijderd is van het wezenlijke mens-zijn, van het burgerschap dat wij voor ogen hebben? Of doen we dat toch maar beter niet en laten we dat ideaalbeeld toch maar op zijn sokkel staan? Want hebben we wel ooit echt geprobeerd de mens macht over zichzelf te geven? Hebben we hem daar wel ooit toe aangespoord? Hebben we hem daar ooit wel de middelen toe gegeven? Het antwoord op die laatste vragen is volgens mij driemaal "nee". Maar hoe hebben wij dan in godsnaam ooit de illusie kunnen koesteren dat hij open zou staan en ontvankelijk zou zijn voor de veranderingen en de hervormingen die wij voorstaan?
Ik zie steeds scherper dat wij in de voorbije decennia aan de kern van het probleem zijn voorbijgegaan. En die kern is de cultuur en meer in het bijzonder de culturele ontwikkeling van mens en maatschappij. De mens die wij voor ogen hebben, kan immers slechts gedijen in een samenleving die cultureel ontvoogd en ontplooid is, maar niet in een maatschappij van brood en spelen, van video- en televisiespelletjes en allerhande, dagelijks weerkerende familiefeuilletons, een maatschappij zonder culturele bagage, kortom.
Het onderwijs verschaft die culturele bagage niet langer, maar bereidt de jongeren vrijwel uitsluitend voor op een toekomstige baan en "geld verdienen". Radio en televisie zijn ontspannings- en amusementsmedia geworden, terwijl duiding en informatieverstrekking in het verdomhoekje zijn beland. De kranten zijn, onder druk van de audiovisuele media, steeds nadrukkelijker dezelfde richting uitgegaan en besteden – enkele gelukkige uitzonderingen niet te na gesproken – nog uitsluitend aandacht aan verkeersongevallen, sportprestaties en het wel en wee van televisievedetten. Steeds meer weekbladen zijn in hetzelfde bedje ziek. Achtergrondartikelen en duidende stukken moeten steeds meer de plaats ruimen voor bijdragen over mode, gastronomie en verre reizen. OOk de echte literatuur komt in de verdrukking. De boeken die thans het meest gegeerd zijn handelen over de jacht, auto's, boten en allerhande andere vormen van tijdverdrijf.
Het is misschien een hard oordeel, maar ondanks de verhoging van de schoolplicht tot achttien jaar, ondanks de miljarden subsidies aan de schone kunsten, ondanks de vele ministers van Cultuur, is er in onze samenleving nooit zo weinig cultuur geweest als nu. Kortom, we leven in een cultuurarme tijd. Feit is dat we de mens liever ontspanning bieden dan trachten hem mondig te maken. We schotelen hem liever "het rad van fortuin" voor dan een boekenrubriek. We tonen meer interesse voor een eerste-minister/voetbalsupporter in korte broek dan door een ernstig parlementair debat.
Wanneer we echter een samenleving nastreven met mensen die zich niet langer laten leiden door gevoelens van angst, nijd of naijver, maar wel door rede en redelijkheid; wanneer we een samenleving wensen die gebaseerd is op gemeenschapszin en niet op eigenbelang, dan is er dringend een andere ingesteldheid nodig. Daartoe moeten cultuur en onderwijs opnieuw in het centrum van onze belangstelling worden geplaatst. Het onderwijs moet opnieuw aandacht besteden aan en inzicht verlenen in de werking van onze democratie (wat is een grondwet? wat is een democratie? wat zijn de rechten en de plichten van de burger? welke andere maatschappij-modellen bestaan er?). Het onderwijs moet ook opnieuw de nadruk leggen op geschiedenisonderricht, want in de geschiedenis ligt het geheugen van de toekomst. Het is onze belangrijkste bron van kennis, een enorm vat vol leerzame ervaringen. En toch is het de meest verwaarloosde, bijna gedecimeerde tak van ons onderwijs.
Onze cultuur moet een wezenlijk onderdeel vormen van dit vernieuwd onderwijs, moet ruim aandacht besteden aan literatuur en muziek en tijd maken voor intens museumbezoek. Waarom stonden Hesse en Dostojowski in 1970 niet op de verplichte literatuurlijst voor het hoger middelbaar onderwijs en moest ik hen pas lezen toen ik in mijn eerste kandidatuur zat? Openen zij dan geen horizonten voor jongeren? Ik vind het verkeerd dat jongeren na het middelbaar onderwijs uit werken gaan, een technische of een positief wetenschappelijke universitaire richting inslaan, zonder dat zij kennis hebben gemaakt met de resultaten van duizenden jaren westers denken. Alleen wie als jong kind, scholier of student met alle facetten van zijn beschaving in contact kwam, is in staat burger te zijn. Daarmee bedoel ik, een mens die bekwaam is politieke en maatschappelijke beslissingen te nemen alsook te denken en te handelen ten bate van de gemeenschap waartoe hij behoort.
Na alle kwantitatieve stappen voorwaarts die de mens in de loop van zijn geschiedenis heeft gezet, is aan de vooravond van de eenentwintigste eeuw de tijd aangebroken om ook een kwalitatieve sprong voorwaarts te maken. Een sprong, niet in de richting van een meer comfortabel of luxueuzer leven, maar in de richting van een bewuster en mondiger bestaan.











