Sociale rechtvaardigheid en economische doelmatigheid

Wij hebben nood aan een samenleving die opnieuw werk en jobs genereert in plaats van steuntrekkers en uitkeringsgerechtigden. Daartoe moet de maatschappij opnieuw creëren en produceren in plaats van verder te teren op de welvaart van het verleden en op de schulden van de toekomst. Om dat doel te verwezenlijken moeten we de helse kringloop doorbreken waarin onze economie de voorbije twee decennia is terechtgekomen en moeten we een nieuw evenwicht tot stand trachten te brengen tussen sociale rechtvaardigheid en economische doelmatigheid. Concreet betekent dit dat we een nieuw evenwicht moeten nastreven tussen, enerzijds, de energie die we steken in het creëren van werk en welvaart, en, anderzijds, het overheidsbeslag (de belasting) die we op die energie leggen teneinde in een menswaardig bestaan te voorzien voor al wie uit de boot is gevallen of door de mazen van het maatschappelijk net is geglipt.

Het nieuwe evenwicht tussen sociale rechtvaardigheid en economische doelmatigheid kan op twee manieren worden bereikt. Ofwel laten we het niveau van de sociale bescherming in onze samenleving drastisch zakken tot het punt waarop de economie opnieuw zuurstof krijgt en weer op dreef komt. Ofwel gebruiken we onze creativiteit om een even doelmatige, mogelijk zelfs doelmatigere sociale bescherming uit te bouwen, die weliswaar anders is dan het huidige stelsel, maar die heel wat minder energie opslorpt.

Kortom, we staan op een tweesprong en moeten kiezen welk richting we uitgaan. Die keuze is te vergelijken met de knoop die de autoproducent moet doorhakken indien hij morgen opnieuw met een oliecrisis wordt geconfronteerd. Blijft hij zweren bij de ouden, vertrouwde motoren, die weliswaar veel verbruiken en meer vervuilen, en maakt hij voertuigen kleiner? Of kiest hij resoluut voor de toekomst, voor een nieuw generatie motoren die werken op elektriciteit of waterstof of welke geschikte brandstof nieuwe ook? Onder het maken van die keuze kan hij niet uit. Doen alsof er niets aan de hand is, is het domste wat hij kan doen, want dan stevent hij regelrecht op een faillissement af.

Als een maatschappij een passieve houding aanneemt en weigert de noodzakelijke sociale en economische veranderingen door te voeren, dat sluit ze resoluut de ogen voor de aanhoudende vernietiging van jobs en arbeidsplaatsen. Dat is geen domheid meer, dat is misdadig. Toch is dat de houding die onze regeerders thans aannemen.

Voor mij is het duidelijk welke keuze we moeten maken: de sociale bescherming mag niet worden teruggeschroefd, maar moet wel anders, met name doelmatiger, worden georganiseerd. De vraag is, uiteraard, hoe. Daarop zijn ook twee antwoorden mogelijk. Ofwel kiezen we voor diepgaande aanpassingen aan het bestaande stelsel, ofwel kiezen we resoluut voor een nieuw systeem. Dat klinkt eenvoudig, maar de grens tussen beide mogelijkheden is vaak moeilijk te trekken. Kijk maar naar wat er in Nederland gebeurt. Als een van de eerste politici op het Europese vasteland heeft Wim Kok, gewezen vakbondsleider, socialist en thans minister-president van het eerste naoorlogse paarse kabinet in Nederland, door dat er een diepgaande hervorming van de verzorgingsstaat nodig is, waarbij de nadruk niet langer mag worden gelegd op uitkeringen, maar wel op jobs. Kok stelt voor om daartoe de lasten op alles wat jobs en arbeidsplaatsen schept aanzienlijk te verminderen en dit financieel te compenseren door het stelsel van de sociale zekerheid ingrijpend te heroriënteren.

De leidraad bij deze heroriëntering is dat, in eerste instantie, niet de uitkeringen naar omlaag moeten, maar dat het stelsel zelf anders, lees beter en efficiënter, moet worden georganiseerd. In Nederland worden de pensioenen al grotendeels door private kassen beheerd. Kok voorziet dat ook de ziekteverzekering en de regeling inzake arbeidsongeschiktheid, dus ook de werkloosheid, in de toekomst door private vennootschappen zouden worden georganiseerd. "Gecommercialiseerd en geprivatiseeerd", noemt hij het. Kok schrikt er niet voor terug om in zijn plannen voor sommige risico's premiedifferentiaties in het vooruitzicht te stellen, zoals dat bij private verzekeringen het geval is. Uiteraard zou dat alles, zoals ook het geval is voor de pensioenen, gebeuren volgens wettelijke regels en onder een strikte wettelijke controle (11). Kortom, Kok heeft begrepen dat ook sociale taken moeten worden "gemanaged". Bovendien beseft hij dat het dwaas en uiteindelijk nadelig is voor de gewone man en vrouw, wanneer die sociale of maatschappelijke taken worden uitgevoerd door zogenaamde sociale organisaties of pressiegroepen, die daar niet echt geschikt voor zijn en die in feite andere belangen verdedigen.

Een soortgelijk uitgangspunt ligt aan de basis van de sociale hervorming die wij onlangs hebben uitgetekend (12). Centraal in onze visie op die hervorming staat namelijk de vermindering van de globale kostprijs van de verzorgingsstaat, zodat de arbeidskosten dalen en er nieuwe jobs worden gecreëerd. Net zoals Wim Kok gaan wij ervan uit dat niet de uitkeringen moeten worden teruggeschroefd maar wel de organisatiekosten, en dat het oneigenlijk gebruik moet worden uitgeschakeld. Meer nog dan in Nederland noopt dit in België tot een totaal nieuw beheer van de sociale zekerheid, waarbij niet langer de zuilen en hun pressiegroepen, maar gespecialiseerde private instellingen de onderliggende maatschappelijke taken van het sociaal zekerheidsstelsel gaan beheren. Uiteraard onder strikte controle van de gemeenschap en nauwlettend op de vingers gekeken door verenigingen of groepen die, bijvoorbeeld, opkomen voor de belangen van patiënten of van de derde of vierde leeftijd.

De gemeenschap, de politiek en het zogenaamde middenveld zijn in die nieuwe sociale zekerheid dus niet afwezig. Alleen verandert hun rol. Hun taak is niet langer zélf het sociaal stelsel te beheren, maar wel het beheer dat door daartoe beter uitgeruste instellingen en verenigingen worden verricht, daadwerkelijk en grondig te controleren. De politici doen dit namens de gemeenschap door wetten te maken die elke vorm van discriminatie of onrechtvaardigheid onmogelijk te maken. De taak van het nieuwe middenveld is dergelijke wetten af te dwingen en acties op het getouw te zetten die sociale ongevallen, ziekten, werkloosheid en zo meer kunnen voorkomen of in elk geval tot een minimum kunnen herleiden. Op die manier komt er een einde aan de belangenvermenging, die aan de basis ligt van de verzuiling, en ontstaat er een stelsel dat tegelijk sociaal én doelmatig is.

De nieuwe sociale zekerheid grijpt concreet in op de pensioenvorming, de ziekteverzekering en de werkloosheidsvoorzieningen. Eerst moeten de pensioenstelsels worden aangepakt, want hun toestand is thans het meest dramatisch. De vergrijzing en de werkloosheid hebben het evenwicht tussen de gepensioneerden en de "betalende" actieven volledig ondergraven. Bovendien werden in het verleden geen reserves aangelegd. Het onvermijdelijke gevolg van dat alles is dat bij het begin van de volgende eeuw ofwel de pensioenuitkeringen met bijna één derde zullen moeten dalen ofwel de pensioenbijdragen met bijna de helft zullen moeten toenemen (13).

Een verlaging van de pensioenuitkeringen is sociaal onaanvaardbaar. Het verhogen van de pensioenbijdragen betekent economische zelfmoord. De te hoge loonkosten vernietigen thans al massa's jobs en arbeidsplaatsen. Beeld je in wat het wordt als die loonkosten nog een bijna tien procent de hoogte in zouden gaan? Zo gesteld lijken sociale rechtvaardigheid en economische doelmatigheid andermaal niet te verzoenen, tenzij we inderdaad een nieuw pensioenstelsel durven uit te bouwen, waarbij we kapitaliseren, met andere woorden, waarbij we nu de nodige reserves aanleggen om daarmee de pensioenen van morgen uit te betalen. Kapitaliseren houdt immers in dat we het geld van de pensioenbijdragen eerst laten "werken" of renderen, terwijl we later met de opbrengst ervan de pensioenen uitkeren.

Een even drastische organisatorische omwenteling is noodzakelijk in de ziekteverzekering. De vergrijzing van de bevolking, de invoering van nieuwe medische technieken alsook de toename van de welvaart hebben tot gevolg dat de medische kosten zullen blijven toenemen. Als we willen vermijden dat ook deze ontwikkeling leidt tot een evenredige verhoging van de loonkosten en van de werkloosheid, dan moeten in de ziekteverzekering nieuwe beheerstechnieken worden ingevoerd. Van ondergeschikt belang is of die technieken nu worden ingevoerd door verzekeringsmaatschappijen, door gemeenschappelijke kassen van coöperatieve aard of door verenigingen met een mutualistisch karakter. Van wezenlijk belang is evenwel dat die organisaties volledig financieel verantwoordelijk worden, dat wil zeggen: aansprakelijk worden zowel voor de inkomsten, voor de uitgaven, als voor het evenwicht tussen beide. Daarin zit het fundamentele verschil met het huidige beheer, waarin de ziekenfondsen louter financiële doorgeefluiken zijn, die daarvoor een commissie uitgekeerd krijgen en derhalve alle belang hebben bij een ongebreidelde toename van de uitgaven voor gezondheidszorgen.

Eveneens van wezenlijk belang is de vraag of in de nieuwe ziekteverzekering premie- en bijdrageverschillen, zogenaamde differentiaties, mogelijk zijn. Op het eerste gezicht laat het sociaal karakter van de te dekken risico's dergelijke differentiaties niet toe. Trouwens, voor slepende en chronische ziekten, zware operaties en niet te voorziene ongevallen moeten premieverschillen hoe dan ook worden verboden. Premiedifferentiaties moeten echter wel mogelijk zijn om de preventie, het voorkomen van ziekten en ongevallen, te stimuleren. Wij moeten een verzekering tegen ziekten en ongevallen ontwikkelen, waarbij gezond leven en zorgzaam gedrag aangemoedigd worden. Dat kan door premieverlagingen of bijdragekortingen toe te staan aan mensen die bewust bepaalde gezondheidsrisico's mijden of de aandacht voor hun gezondheid niet beperken tot het bezoek aan de geneesheer of specialist bij ziekte of ongeval.

Een derde noodzakelijke ingreep betreft de hervorming van het werkloosheidsstelsel. Door de ondernemingen, althans voor een deel, zelf de verantwoordelijkheid te laten dragen voor de verzekering tegen werkloosheid, kan er een nieuwe dynamiek ontstaan die tevens de vicieuze cirkel kan helpen doorbreken waarin onze economie twee decennia geleden terecht is gekomen. Door de bedrijven mede-verantwoordelijk te maken, zullen zij immers niet langer geneigd zijn de werkgelegenheidsvermindering te beschouwen als het enige middel ter vrijwaring van hun slagkracht en hun produktiviteit. Daar tegenover staat dat het scheppen van nieuwe banen, de kosten, verbonden aan de werkloosheidsverzekering, zal drukken, wat dan weer de loonkosten doet dalen en de concurrentiekracht ten goede komt.

Ook ieder misbruik of oneigenlijk gebruik van het stelsel van werkloosheidsuitkeringen moet worden geweerd. De werkloosheidsverzekering is immers een tijdelijke verzekering, die een inkomen waarborgt aan al wie werkloos is geworden en dit tijdelijk, met name tot de betrokkene opnieuw werk heeft gevonden. De werkloosheidsverzekering mag evenwel geen opvangnet zijn voor mensen die al jaren zonder werk zitten, die ook geen werk meer zoeken of voor al wie er enkel naar streeft een zeker inkomen te verwerven. Ook deze mensen moeten worden geholpen, maar niet door een werkloosheidsverzekering, wel door het toekennen van een bestaansminimum. dat bestaansminimum moet bovendien drastisch hoger liggen dan de schamele bedragen die thans worden uitgekeerd.

Wie ondervindt er nadeel van de nieuwe sociale zekerheid? In onze door afgunst en angst ontspoorde democratie kunnen we niet om die vraag heen. En dat zal ik dan ook niet doen. Binnen het nieuwe stelsel zal iedere gepensioneerde, zieke, gehandicapte of werkloze een uitkering ontvangen die minstens even hoog is als de huidige. Wie het stelsel echter oneigenlijk gebruikt of misbruikt, verliest inderdaad. Wie, bijvoorbeeld, het stelsel van de werkloosheidsuitkeringen aanwendt om blijvend een inkomen te verwerven ook al zoekt hij of zij allang geen werk meer, zal dat niet langer kunnen en het bestaansminimum moeten aanvragen. Ook de zuilen en hun pressiegroepen die thans in de ziekteverzekering en in het stelsel van de werkloosheidsuitkeringen een monopolie uitoefenen, zullen terrein moeten prijsgeven en aan macht moeten inboeten. Ook zij zullen zich moeten heroriënteren als ze willen overleven.

Zij zullen opnieuw verenigingen moeten worden die de patiënten en hun gezondheid, dan wel de werknemers en hun job verdedigen in plaats van geld, maatschappelijke status en politieke macht na te jagen.

Normaal lettertype Groter lettertype Extra groot lettertype
burgermanifest.be
openvld-lila.be
OpenTube.be
Rapport Van Mechelen
Word Lid
Liberale lijn in Regeerakkoord
Bezoek de Brainlane website