Woord vooraf
Angst afgunst en het algemeen belang - Het Derde Burgermanifest

Dit manifest is eerder een pamflet. Het streeft een tweeledig doel na. Het bevat een boodschap en het is tegelijkertijd ook een aanklacht. Een boodschap aan de vele burgers, die sinds de verkiezingen van 12 juni 1994 aan het twijfelen zijn gegaan. Een aanklacht tegen die medestanders, die sindsdien bakzeil willen halen en opnieuw het roer willen omgooien.

Bij de jongste Europese verkiezingen op 12 juni 194 werden de politieke verhoudingen in ons land niet op hun kop gezet. De Vlaamse liberalen en democraten wonnen één zetel en boekten een winst van 1,3 procent. Dat is weliswaar een stap vooruit, maar niet de grote sprong voorwaarts die werd voorspeld. Het was wel de vierde winst op rij. Bij de parlementsverkiezingen van 1987 gingen we met 1,2 procent vooruit. Bij de Europese verkiezingen van 1989 met 2,6 procent. Bij de parlementsverkiezingen van 1991 met 0,6 procent. En bij de jongste Europese verkiezingen met 1,3 procent. Langzaam maar zeker zijn we uitgegroeid tot de tweede sterkste partij. En dat in een politiek landschap dat steeds meer versnipperd en verbrokkeld raakt en waarin zowel socialisten als christen-democraten tot een historisch dieptepunt zijn teruggevallen.


“Er lag een geheel nieuw leven voor me, mits ik de moed bezat alles in de waagschaal te stellen.”
Henry Miller, De rozekruisiging.

Maar goed, ontkennen heeft geen zin – en dat heb ik, tegen aloude Belgische gewoonte in, op de verkiezingsnacht ook niet gedaan. De hooggespannen verwachtingen werden niet ingelost. Dat dit twijfel zaait, is normaal en begrijpelijk. Dat dit sommigen ervoor doet pleiten het roer om te gooien, is echter een dwaasheid. Meer zelfs, het is een daad van lafheid. Want het opdoeken van de nieuwe beweging die de Vlaamse liberalen en democraten vormen, zou er in wezen op neerkomen dat we ons neerleggen bij de almacht van de klassieke partijen en bij de greep die hun pressie- en belangengroepen hebben op het persoonlijk en het maatschappelijk leven. Het zou erop neerkomen dat we ons neerleggen bij de onmogelijkheid in onze samenleving iets wezenlijks te veranderen. Het zou erop neerkomen dat de Vlaamse liberalen en democraten opnieuw worden omgevormd – naar het voorbeeld van de partij waaruit de VLD ontsproot – tot een aftandse politieke formatie, waarin macht en machtsuitoefening opnieuw belangrijker worden dan politieke en maatschappelijke vernieuwing.

Let wel, dat betekent niet dat je het in de politiek zonder macht kan stellen. Integendeel. Een politicus die geen macht nastreeft, is verachterlijk, want dan streeft hij enkel een inkomen, een baan, een positie en bestaanszekerheid na, maar geen betere toekomst voor de samenleving. Maar het mag niet gaan om ‘“macht om de macht”’, om macht als doel. Wie in de politiek macht nastreeft, moet dat doen om veranderingenn en verbeteringen aan te brengen in de maatschappij. Geen macht als doel dus, maar macht als middel, als instrument. Trouwens, was de macht op zich ons enig doel, dan hadden we die allang kunnen grijpen, met name in 1987 en 1991. Tweemaal hebben we die toen geweigerd, omdat we de garantie noch de zekerheid kregen dat we die macht positief, dat wil zeggen ten bate van mens en maatschappij, zouden kunnen aanwenden (1).


“Terwijl wij ons midden op een voortrazende stroom bevinden, klampen onze blikken zich hardnekkig vast aan een paar wrakstukken die nog op de oever zichtbaar zijn; de vloed sleurt ons evenwel mee naar de peilloze diepte waarvan wij onze ogen afgewend hielden.”
Alexis de Tocqueville, De democratie in Amerika.

Nogmaals, wie het project van politieke en maatschappelijke vernieuwing, waarmee we op 15 november 1992 van start zijn gegaan, wil begraven, dwaalt. Sinds 12 juni 1994 is er, net zoals na de verkiezingen van 24 november 1991, niet minder, maar integendeel méér nood aan vernieuwing. Sinds 12 juni staat onze samenleving nog altijd op het kruispunt van wegen. En sinds 12 juni staan Vlaanderen en Europa voor uitdagingen die niet kleiner, maar integendeel groter zijn geworden. Welnu, wie die uitdagingen wil beantwoorden, zal nieuwe inzichten en nieuwe visies moeten ontwikkelen. Hij zal de moed moeten opbrengen nieuwe, onzekere paden te bewandelen. Hij zal de kracht moeten opbrengen om tegen brede stromen in te roeien. En hij zal vooral niet mogen wijken bij de eerste tegenslag. Integendeel, op dat ogenblik moet hij zich voor ogen houden dat alleen de aanhouder wint. In de politiek geldt die waarheid des te meer, want ‘“mensen”’ – om met de Nederlandse sociaal-democraat Marcel van Dam te spreken – ‘“hebben liever het ongemak van de status quo, dan de onzekerheid van de verandering.”’

Nochtans moeten er in onze samenleving aan het einde van deze eeuw dringend veranderingen worden doorgevoerd. Daar kom ik straks uitvoerig op terug. Die veranderingen kunnen er echter onmogelijk komen als mannen en vrouwen bij de eerste tegenslag ontmoedigd of in paniek raken, en dan maar onmiddellijk opnieuw van koers willen veranderen. Er is daarentegen een rechtlijnige en vastberaden houding nodig om de begrijpelijke weerstand bij de burger tegen de noodzakelijke veranderingen te overwinnen. De burger zal pas vertrouwen krijgen in die onvermijdelijk geworden maatschappelijke aanpassingen en hervormingen, als wij hem recht in de ogen kijken en hem uitleggen welke koers er moet worden gevaren en waarom.

Alleen door zo'n rechtschapen en vastberaden houding kan de steun worden verkregen van de honderdduizenden burgers in dit land die in wezen al voor verandering gewonnen zijn en sympathie voelen voor de beweging die we op 15 november 1992 op gang hebben gebracht, maar die alsnog de stap niet definitief durfden te zetten.

September 1994

Normaal lettertype Groter lettertype Extra groot lettertype
burgermanifest.be
openvld-lila.be
OpenTube.be
Rapport Van Mechelen
Word Lid
Liberale lijn in Regeerakkoord
Bezoek de Brainlane website