Ethisch pluralisme

“De moraal moet teruggegeven worden aan de burgers. De overheid moet niet moraliseren – dat moeten de burgers zelf doen.”
Anton Zijderveld.
De scheiding tussen religie en politiek en het feit dat 's lands politieke krijtlijnen niet meer getrokken worden op basis van een geloofsovertuiging is tegenwoordig een algemeen aanvaard beginsel. Het stoelt op de onmogelijkheid de staat tegelijkertijd te laten gehoorzamen aan twee verschillende bronnen van gezag, het wereldlijke en het kerkelijke. De scheiding tussen religie en politiek betekent echter niet dat er geen kerkelijk gezag kan bestaan. Die scheiding houdt enkel in, dat de staat neutraal moet zijn ten opzichte van wie wel en niet gelovig zijn. Die scheiding tussen religie en politiek houdt geen antiklerikalisme in, m.a.w. geen overdracht aan de staat of aan een ander wereldlijk gezag van het monopolie in het denken. De scheiding tussen religie en politiek houdt integendeel in dat de overheid garant staat voor het pluralisme, zowel op het vlak van de religieuze beleving en het onderwijs als op dat van de benadering van de etische vraagstukken.

De wetgeving (strafrecht, burgerlijk recht) moet de weerslag of de vertaling zijn van de grote waarden en van de overeenstemmende elementaire rechten en vrijheden zoals die sinds eeuwen zijn geëvolueerd en met onze samenleving vergroeid. De wetgeving moet de langzame ontwikkeling volgen, die zich in de gemeenschap voordoet . Ze mag er niet op vooruit lopen en evenmin nahinken. Een aanpassing van de wetgeving aan de zich wijzigende opvattingen moet steeds behoedzaam gebeuren, m.a.w. slechts nadat men er zich van vergewist dat het overgrote deel van de burgers de nieuwe opvatting beleeft en deelt. Dit is zeker het geval wanneer het gaat om etische vraagstukken.

Bij de aanpassing van de wetgeving omtrent de etische kwesties zal elk lid van de wetgevende macht zelf op basis van zijn eigen geweten moeten oordelen in hoeverre de nieuwe wetsbepaling weergeeft wat naar zijn mening in de gemeenschap leeft. Anderzijds mogen etische waarden, of het op ene of gene manier benaderen van etische vraagstukken, door de staat in geen enkel geval worden bevoordeeld of gepropageerd, in welkdanig onderdeel van haar beleid ook, het weze de sociale of kultuurpolitiek. De beleving van etische waarden is dus een strikt persoonlijke zaak, die de overheid in de ene noch in de andere richting mag sturen. En in zoverre de wetgeving een etisch of moreel koncept behoeft, moet zij steeds zo dicht mogelijk aansluiten bij wat het overgrote deel van de burgers denkt en voelt.

Ook in de opvoeding van onze kinderen, het onderwijs dus, moet de overheid een strikt neutrale houding aannemen. De vrijheid van onderwijs en het recht van ouders om er naar eigen inzicht zelf een in te richten moet opnieuw in ere worden hersteld. Vandaag kunnen ouders onmogelijk nog initiatieven op dat vlak nemen. Het hele onderwijs draait immers rond de belangen van grote onderwijsnetten. In plaats van deze netten te subsidiëren zou de overheid rechtstreeks de ouders moeten subsidiëren, althans hen die niet bij machte zijn om zelf het onderwijs van hun kinderen te betalen. Dit systeem van "onderwijsbons" zou heel wat demokratischer zijn dan het zogenaamd kosteloos onderwijs. Onderwijs is natuurlijk niet "gratis". Het wordt door iedereen betaald langs de belastingen om. En het zou veel socialer zijn en heel wat meer kinderen uit werklozen- en arbeidersgezinnen naar de hogere school of de universiteit halen, indien zij die voldoende inkomen en vermogen hebben zelf een deel van de financiële verantwoordelijkheid voor de opleiding van hun kinderen zouden opnemen. In ieder geval zou een systeem van onderwijsbons de keuzevrijheid van de ouders herstellen.

Dat laatste is meer dan wenselijk. Want steeds nadrukkelijker zijn het de bureaukratie en de vakbonden die het onderwijs in handen nemen . Niet alleen laten zij zich in met het beheer van de scholen en de netten, ten koste van de inrichtende machten en de ouders. Veel erger nog, ze houden zich ook bezig met de inhoud van het onderwijsprogramma. Om de haverklap worden grote hervormingen of eksperimenten doorgevoerd. Zelfs het afnemen van eksamens, het meegeven van huiswerk of het toekennen van punten werd afgeschaft, waarbij niet zelden zuiver doktrinaire, meestal egalitaristische motieven als uitgangspunt dienen. De zogenaamde wet van Gammon of de teorie van de bureaukratische vervanging is daarop perfekt van toepassing . Hoe meer middelen we aan ons onderwijs toevoegen en hoe meer er wordt gesleuteld en geëksperimenteerd, hoe sterker de kwaliteit afneemt.

Het beheer over de scholen, vrije of door de gemeenschap beheerde, moet opnieuw in handen worden gegeven van de inrichtende machten en de ouders. De rol van de onderwijsbureaukratie moet daarbij worden beperkt tot het bepalen en het kontroleren van de minimale voorwaarden die vereist zijn voor het afleveren van het diploma. Voor het overige moeten de scholen de volledige vrijheid krijgen en zelf kunnen beslissen welke types, richtingen en projekten er worden aangeboden. De ouders zijn volwassen genoeg om te weten wat voor hun kind goed is. Wil een ouder een meer "traditionele" opvoeding met bijvoorbeeld Latijn en geschiedenis of een "vooruitstrevend" onderwijs met moderne talen en informatika, dan moet dit gewoonweg kunnen. Er mogen ter zake voor de scholen geen beperkingen gelden. Voor het onderwijs en de opvoeding van onze kinderen zouden er nooit grenzen mogen zijn.

Normaal lettertype Groter lettertype Extra groot lettertype
burgermanifest.be
openvld-lila.be
OpenTube.be
Rapport Van Mechelen
Word Lid
Liberale lijn in Regeerakkoord
Bezoek de Brainlane website