Hand in hand

“De vormen van kultuur die mensen zich op de ene plaats of op de andere eigen maken, de leefwijzen die in het verleden de overhand hebben gehad of nog steeds hebben, zijn in sterke mate bepalend voor het tempo en de richting van hun biologische evolutie. De vraag is dus niet of kultuur wel of niet afhankelijk is van ras, integendeel, wij komen tot de ontdekking dat ras – of wat daaronder in het algemeen wordt verstaan – een van de dingen is die afhankelijk zijn van de kultuur.”
Claude Lévi-Strauss, Le regard éloigné.
22 maart 1992. Honderdduizend jonge mensen betogen. Verdraagzaamheid! Neen aan het racisme! Stop het fascisme! Dat zijn slogans die dateren uit een ander tijdperk en nu voor het eerst sinds de tweede wereldoorlog opnieuw massaal worden geskandeerd. Zij zijn gericht tegen de opkomst van het nieuwe ekstremisme. Le Pen in Frankrijk, het Vlaams Blok in eigen land. Wat gaat er mis? Vanwaar dit nieuwe ekstremisme? Hoe het te stoppen? Want één zaak is zeker, deze kanker moet worden gestopt.

In een wereld die razendsnel evolueert en waar de zekerheden van gisteren wegsmelten, voelen velen zich verloren en vertwijfeld. Ze hebben de veranderingen niet verteerd, hun horizon wankelt. De aardbol is niet langer opgedeeld in twee grote blokken die elkaar door middel van wederzijdse afschrikking in evenwicht houden. Het vijandbeeld dat het Westen er gisteren nog op nahield, het rode gevaar, is omgeslagen in samenwerking en een begin van vriendschap. Het eigen land, België, is grondwettelijk en ekonomisch in krisis geraakt. Onze steden zijn na de fuzies van de jaren zeventig, groter en killer geworden. Ook de buurt, de wijk, de straat waarin we leven, heeft een ander gezicht gekregen. Wie slaagde in het leven is vertrokken, gaan wonen buiten de stad. Wie minder geluk had, bleef in de stadskern: soms in grauwe wijken met veel verkrotte huizen en omgeven door vreemdelingen die we migranten zijn gaan noemen.

In zo'n wereld overleven, vergt een sterk bewustzijn, een diep besef van de eigen identiteit. En velen bezitten die niet. Het zijn zij die ten prooi vallen aan het nieuwe ekstremisme, het nieuwe "houvast" tegenover de onzekere toekomst. Het houvast te behoren tot een groep, een X-side, een volk of een ras. Wat er fout gaat, is de schuld van de andere groep, de rivaliserende clan, het ingeweken volk. Wie het nog vertrouwde uiterlijk en gedrag vertoont van de eigen groep, wordt getolereerd, de rest niet. De Pool of Italiaan is nog net aanvaardbaar, want Europeaan, de Turk of Marokkaan al lang niet meer.

De vraag is natuurlijk: hoe deze toestand verhelpen? Volstaat een demonstratie af en toe? Volstaat het de bevolking in te delen in een goede en een kwade helft, racisten en niet-racisten, verdraagzamen en intoleranten? Komen we er zo uit? Of bereiken we hierdoor niet net het tegenovergestelde? Het antwoord is niet eenvoudig. Begrip tonen voor hen die in de val van het ekstremisme zijn getrapt, kan leiden tot meer ekstremisme. Het verschaft a.h.w. een stuk eerbiedwaardigheid. Zoals Fabius, de Franse socialist, deed toen die over Le Pen zei dat "hij de juiste vragen stelde, maar verkeerde antwoorden gaf." Kunnen we anderzijds de honderdduizenden aanhangers van nieuw-rechts zomaar isoleren? Is dat niet extra gevaarlijk?

Het is een tweesnijdend zwaard. Als we bereidwillig luisteren naar de stelling dat onze samenleving de blijvende aanwezigheid van vreemdelingen niet aankan, maken we het ekstremisme respektabel. Tonen we integendeel geen begrip voor de reële spanningen waartoe dit kan leiden, dan voeden we het. Een dilemma, tenzij we aan die vervelende keuze kunnen ontsnappen. Of meer nog, tenzij zou blijken dat die keuze die men ons wil doen maken in feite niet nodig is. Want is die keuze wel de juiste? Valt er inderdaad slechts te kiezen tussen het Front National van Le Pen en SOS-racisme van Harlem Désir, tussen het Vlaams Blok en de organizatoren van de betoging van 22 maart? Of bestaat er een andere uitweg?

Op het eerste zicht is de keuze die men ons vandaag voorhoudt, simpel. Het is een keuze pro of contra de zogenaamde multikulturele samenleving. Het rechtse ekstremisme stelt dat zo'n samenleving niet mogelijk is en de vreemdelingen dus van ons grondgebied verwijderd moeten worden. De betogers van 22 maart vinden net het tegendeel. Het Vlaams Blok oordeelt dat het "eigen volk" nooit naast al die vreemde kulturen zal kunnen gedijen. De betogers van 22 maart zien daar geen graten in. Uiteenlopende kulturen kunnen ook in één samenleving vreedzaam naast elkaar bestaan, zeggen en schrijven zij. Het is puur een kwestie van ingesteldheid, van opvoeding vooral. Zie je wel, de keuze die we moeten maken is de eenvoud zelf. Maar is het ook de juiste keuze? Is het wel de korrekte invalshoek? Of maken zowel de rechtse ekstremisten als de inrichters van de optocht van 22 maart ons iets wijs?

Bestaat er ergens ter wereld wel één zogenaamde multikulturele samenleving? En bestaat er ergens op deze aardbol één moderne samenleving die geen etnische invloeden van buitenaf heeft ondergaan? Neen, het ene nog het andere bestaat. Er zijn wel landen waar verschillende volkeren of meerdere religies naast elkaar gedijen, maar telkens is er een gemeenschappelijke band, één kultuur, één gemeenschappelijk verleden dat geschiedenis heet. De Noordamerikaanse samenleving is daar wellicht het meest markante voorbeeld van. Er wonen blanken en zwarten, Aziaten en Europeanen, Grieken, Ieren, Italianen, Koreanen, Mexicanen, Portoricanen en wat nog meer, maar het is één land, één natie, één mentaliteit vooral. Tsongas, Dukakis zijn de namen van migranten die presidentskandidaat werden.

Het is even dwaas te beweren dat een moderne samenleving kan overleven zonder invloeden van buitenaf. Een tribale maatschappij in Centraal-Afrika of Latijns-Amerika misschien nog wel, maar geen open maatschappij op de vooravond van de eenentwintigste eeuw. Zowel de stelling van de rechtse ekstremisten, als de slogans van de betogers van 22 maart 1992 zijn dus iets te eenvoudig. De keuze tussen een multikultureel samenlevingsmodel of een massale terugkeer van vooral islamitische vreemdelingen is een simplisme, een vals dilemma.

Is er echter een andere keuze? Is er een zogenaamde derde weg? ja, er is er een. Het is de moeilijke, de aartsmoeilijke weg van de "inburgering" om het met een eenvoudig woord te zeggen. Het gaat erom, net zoals in de Noordamerikaanse samenleving het geval is, de overwegend islamitische migranten de bij ons geldende levenswijze en waarden te doen aanvaarden. De vraag is of de islam wel in overeenstemming te brengen is met de liberale demokratie en de vrijheid, de verdraagzaamheid, de verscheidenheid en het tegensprekelijk debat zonder dewelke geen open samenleving mogelijk is. Die vraag kwam in alle hevigheid opnieuw aan de oppervlakte toen op 14 februari 1989 de inmiddels overleden Ayatollah Khomeini het bevel gaf de schrijver Salman Rushdie, een Indiër van Britse nationaliteit te vermoorden – tegen betaling van één miljoen dollar – wegens de vermeende heiligschennis die zijn boek Satansverzen bevatte ten aanzien van de profeet. Dit bevel richtte zich tot alle islamieten, waar ze zich ook moge bevinden en riep op tot moord niet alleen van de auteur, maar ook van alle personen, uitgevers, drukkers, vertalers, boekhandels of recensenten die bij de aanmaak, de verspreiding of de bekendmaking van het boek zijn betrokken.

Is de zaak Rushdie niet het ultieme bewijs van de onmogelijkheid van de islam zich in te passen in onze samenleving? Toont zij niet aan dat de islam in wezen een intolerante en totalitaire ideologie is, die botst met de kulturele, morele en juridische voorschriften die gelden in een open en demokratische samenleving? Het naast elkaar leven van kulturen en godsdiensten in West-Europa kan natuurlijk, maar dan wel met eerbiediging van de waarden die ten grondslag liggen aan onze beschaving en die hun uitdrukking vinden in de elementaire rechten en vrijheden die in onze grondwet opgenomen en gewaarborgd zijn.

De lijst van voorvallen, waarbij we zonder enige weerstand te bieden telkens opnieuw zwichten voor dat fundamentalisme waardoor de inburgering van de migranten steeds problematischer wordt, is intussen erg lang geworden . Tijdens de betogingen in 1989 tegen Salman Rushdie liet men in de meeste Westeuropese hoofdsteden toe dat spandoeken werden meegedragen met erop de tekst "Rushdie moet sterven": publieke aansporing tot moord, zonder dat dit tot enige juridische vervolging leidde. In datzelfde jaar werden in ons land het hoofd van de Moskee te Brussel en de bibliothecaris van het Islamitisch Cultureel Centrum vermoord, naar algemeen wordt verondersteld omdat ze een té gematigde houding hadden aangenomen tegenover het door Ayatollah Khomeini uitgesproken doodsvonnis, de "fatwa". Eveneens in datzelfde jaar 1989 waren verscheidene Europese landen in de ban van de vrouwensluier, de "tsjador". Na heel wat diskussie werd aan jonge islamitische meisjes in de gemeenschapsscholen de toelating verleend de tsjador te dragen en daardoor openlijk uiting te geven aan hun religieuze opvattingen. Hiermee werd voor het eerst sinds zeer lang het beginsel van de levensbeschouwelijke neutraliteit doorbroken, dat aan de basis ligt van ons openbaar onderwijs. Eveneens in meerdere Westeuropese landen, liet de overheid naar aanleiding van verscheidene migrantenrellen er zich toe overhalen vreemdelingen bij de politie in dienst te nemen. En in Groot-Brittannië eiste de islamitische gemeenschap onlangs zelfs het recht op een eigen op de Koran gebaseerde justitie en rechtspraak te mogen uitbouwen.

Al deze voorvallen tonen duidelijk aan dat de islam meer wil zijn dan een godsdienst of een kultuur in een maatschappij van meerdere godsdiensten en meerdere kulturen. De islam is in werkelijkheid niet alleen een godsdienst maar ook een ideologie, een sociaal-politieke leer die door de overheid wordt gekontroleerd. In wezen verschilt die toestand niet van het socialisme of het kommunisme dat aan de samenleving aan bepaalde morele kode en een manier van leven wou opleggen. De islam is een maatschappijdoktrine, beleden door circa één miljard mensen die eigen opvattingen hebben over wat politiek en social rechtvaardig is en wat niet. De verdraagzaamheid en de verscheidenheid die eigen zijn aan onze samenleving, verplichten ons natuurlijk ervoor te zorgen dat de uitoefening van de islam als godsdienst gevrijwaard blijft. De vrijheid van godsdienstbeleving is immers een van de fundamentele vrijheden in de liberale demokratie. Van zodra de islam echter de staat en de samenleving wil ordenen overeenkomstig haar morele beginselen en haar opvattingen over wat goed en kwaad is, wordt de grens van de verdraagzaamheid overschreden. De verdraagzaamheid in de liberale demokratie mag niet zo ver gaan, dat zij uiteindelijk uitmondt in een openlijk of zelfs maar stilzwijgend verdringen van de eigen waarden: de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van godsdienstbeleving, de gelijkberechtiging van man en vrouw, het pluralisme, de scheiding van Kerk en Staat. Die waarden door de islamitische gemeenschap in ons land doen aanvaarden en er naar laten leven is ook een weg van de "inburgering" die moet worden bewandeld.

Het is de derde weg die ingaat tegen de primaire vreemdelingenhaat van het rechtse ekstremisme en tegen de al te naïeve ingesteldheid van de betogers van 22 maart. Die derde weg loopt wat moeilijk, want hij is niet deze van veel Moslimlanden die zich vandaag terugtrekken in de teokratie, terwijl er in de Arabische wereld ook veel te weinig intellektuelen zijn die een kritische kijk hebben, of zich ongestraft kunnen uitspreken over de islam, de Koran en de vermenging tussen Kerk en Staat, religie en politiek die eraan ten grondslag ligt . Een bijkomende moeilijkheid ligt hierin dat vele religieus-politieke leiders in de Arabische wereld hun onderdanen in West-Europa ertoe aanzetten geen gehoor te geven aan oproepen tot integratie of inburgering: de islam-staat wil ook zijn uithuizige kinderen niet verliezen. Dat brengt een aantal migranten bij ons in een moeilijke positie. Aan welke samenleving moeten zij loyaal zijn?

"Inburgering" noodzaakt konkrete akties op het vlak van de taal, de versterking van de positie van de vrouw, het onderwijs, de huisvesting. Zij die desondanks bij het integrisme en fundamentalisme willen blijven, moeten de kans krijgen terug te keren naar hun land van herkomst. Tegelijkertijd onderstelt de "inburgering" ook een onverbiddelijke houding tegenover de illegale migratie en een snellere afhandeling van de aanvragen van vreemdelingen die Belg willen worden of van asielzoekers. Een liberale demokratie moet open blijven staan voor al wie waar ook ter wereld moet leven onder de restanten van het totalitarisme. Het is niet omdat de liberale demokratie het heeft gehaald van zijn ideologische rivalen, dat er geen hulp moet worden geboden aan hen die het slachtoffer zijn van terreur of politiek onrecht. Maar omdat onze samenleving ook niet alle vluchtelingen, politieke en ekonomische, een onderdak kan verschaffen, moeten wij ons koncentreren op die mensen uit andere kontinenten, die wegens hun politieke overtuiging worden vervolgd en voor wie het westen het enige toevluchtsoord is.

Uiteindelijk zullen de migratiestromen uit het zuiden en oosten slechts tot stilstand komen wanneer daar ter plaatse welvaart tot stand komt. Dit veronderstelt de verbanning van het protektionisme en het opzetten van échte vrije wereldhandel. Tegelijkertijd de gewezen Franse Eerste Minister Edith Cresson gelijk geven, die de invoer van vreemde produkten wil verbieden én Jean-Marie Le Pen, die de migratie van vreemde arbeidskrachten aan banden wil leggen, is de tijdbom tot ontploffing brengen die zich onder onze westerse demokratieën bevindt. Het is het een of het andere, maar de twee tegelijk kan niet. Als men de migratiestromen wil vermijden, zullen we de moed moeten hebben om onze grenzen open te gooien voor de invoer van vreemde produkten. En willen we dit laatste niet, zullen we moeten leren aanvaarden dat de druk van de migratie uit het zuiden en het oosten zal aanhouden.

Uiteindelijk zullen we ook moeten leren beseffen dat de wereld niet kan blijven draaien rond de welvaart en de rijkdom van een twintigtal ontwikkelde landen die zonder beperking hun geldkoffers en hun grenzen open zetten. De armoede en de onderontwikkeling op deze aardbol kunnen niet worden opgelost door de geïndustrializeerde samenlevingen alleen. Er zal ook iets moeten veranderen in de rest van de wereld zelf. Dit is zeker geen pleidooi om geen voedselhulp meer te geven aan de meest getroffen derde-wereldlanden of om geen ekonomische en technologische bijstand meer te verlenen of om geen echte politieke vluchtelingen meer te erkennen. Maar het houdt wel in, dat we gaan beseffen dat het onmogelijk is om met één vijfde van de wereldbevolking de taart te bakken waarvan de hele planeet moet eten.

De enige oplossing bestaat erin dat niet ontwikkelde landen het politieke en ekonomische systeem zouden adopteren waarmee "het westen zich heeft verrijkt". Het invoeren van een liberaal demokratisch regime en van de vrije marktekonomie is, zoals uit de spektukulaire opgang van een aantal Zuidoostaziatische en Latijnsamerikaanse landen blijkt, het enige middel om uit de neerwaartse spiraal van de onderontwikkeling weg te geraken . Het is de enige weg om in de derde wereld een welvaartsgroei te bereiken die de op gang gekomen migratiestromen kan doen stilvallen. De vraag moet zelfs gesteld worden of we in de toekomst het verlenen van hulp of van ekonomische en technologische bijstand niet moeten laten afhangen van de bereidheid van de betrokken regimes eindelijk de stap te zetten die reeds door meer dan de helft van de wereld werd gezet, namelijk de stap naar de demokratie en de vrije ekonomie.

Normaal lettertype Groter lettertype Extra groot lettertype
burgermanifest.be
openvld-lila.be
OpenTube.be
Rapport Van Mechelen
Word Lid
Liberale lijn in Regeerakkoord
Bezoek de Brainlane website