De evaluatie
Het Eerste Burgermanifest
Het Tweede Burgermanifest
Het Derde Burgermanifest
“Het klassieke gebrek van de mens is dat hij het onweer niet ziet aankomen zolang het nog mooi weer is.”
De vrije ekonomie daarentegen is een bron van welvaart. Ze eerbiedigt het simpele en universele menselijke verlangen naar emancipatie van zichzelf en van zijn kroost. Daartoe wil de mens beschikken over de vruchten van zijn arbeid, of althans over een groot deel ervan. De konkurrentie dwingt er bovendien toe dat slechts dat geproduceerd wordt waaraan in de samenleving behoefte bestaat. Wie deze wet van vraag en aanbod verwerpt of wie niet efficiënt produceert, verdwijnt uit de markt. De vrije konkurrentie zorgt er derhalve voor dat de schaarse middelen op een maksimale wijze worden benut. Ekonomische achteruitgang, inflatie of werkloosheid zijn geen fenomenen, inherent aan een vrije ekonomie. Zij vinden integendeel hun oorsprong in een verstoren of een aan banden leggen van de vrije konkurrentie.
Overheidssubsidies, hoge belastingen op arbeid en kapitaal, prijs- en loonreglementeringen, eksploitatie- en vestigingswetten. Stuk voor stuk remmen zij de ekonomische ontwikkeling en benadelen zij het grote publiek. Overheidssubsidies, veroorzaken een scheeftrekking van de konkurrentie. Grote bedrijven met een lange politieke arm in Brussel bekomen voordelen ten nadele van hun kleinere mededingers. Zware belastingen veroorzaken hoge loon- en investeringskosten, waardoor onze handel en industrie een handikap oploopt. Werknemers en ondernemers worden er bovendien door ontmoedigd om nog meer inspanningen te leveren of nieuwe initiatieven te ontplooien. Hetzelfde geldt voor al te strakke loonreglementeringen, waardoor onze bedrijven zich onvoldoende kunnen aanpassen aan wat in het buitenland gebeurt of voor de verplichting vanaf een bepaald aantal werknemers veiligheidskomités en ondernemingsraden op te richten. Talloze kleine en middelgrote ondernemingen vertikken het vandaag nieuwe jobs te kreeëren, juist om te vermijden dat er dan syndikale raden of komités in huis komen. Zou het niet veel verstandiger zijn deze verplichtingen en loonreglementeringen te vervangen door een soepele rechtsprocedure, waarmee iedere vorm van uitbuiting inzake loon- of arbeidsomstandigheden zou kunnen worden aangeklaagd en veroordeeld?
Prijsreglementeringen benadelen de konsument. Veelal blijkt dat bij een bureaukratische kontrole de prijzen, zoals van brood of bier, veel sneller stijgen dan wanneer een vrije konkurrentie voor het volle pond kan spelen. Eksploitatie- en vooral vestigingswetten tenslotte schermen de markt zelf af. Op kunstmatige wijze wordt verhinderd dat zich nieuwe zelfstandige ondernemers vestigen, hetzij door de toegang tot het beroep te verbieden, zoals bij de apotekers, de notarissen of de gerechtsdeurwaarders, hetzij door de uitoefening ervan aan banden te leggen zoals dit bijvoorbeeld onlangs nog bij het openen van de nachtwinkels het geval was. De lokroep van het korporatisme, het afschermen van de eigen stiel om zo zijn eigen stukje welvaart veilig te stellen, tast vandaag alle beroepen aan. Advokaten, geneesheren, immobiliënhandelaars, restauranthouders, kaféuitbaters, begrafenisondernemers willen allemaal een eigen bastion waar zo weinig mogelijk buitenstaanders binnen mogen. Uiteindelijk leidt dit tot verstarring en zelfs tot een sluipende kollektivizering, vermits alleen nog kapitaalkrachtige groepen of grote "sociale" organisaties bij machte zijn zich in te kopen. Bij de apotekers is ongeveer één vierde van de omzet reeds in de handen van de twee grote mutualiteiten. Alleen een vrije ekonomie, een ekonomie zonder subsidies, zonder prijskontroles, zonder strakke vestigingswetten, met lage belastingen en een soepele loonvorming kan dit verhinderen. Alleen een vrije ekonomie laat toe dat nieuwe, bij uitstek kleine in middelgrote initiatieven aan de oppervlakte komen, hetgeen de enige waarborg is tegen ekonomische achteruitgang en voor een verdere toename van de groei en de tewerkstelling.
De vrije ekonomie, gekoppeld aan de politieke demokratie is ook dé oplossing voor het milieuvraagstuk. De ekologische beweging stelt weliswaar de "vooruitgang" in vraag
, wat eigenlijk op ekonomisch malthusianisme neerkomt. De "vooruitgang" zou de mens zelfs ongelukkig maken. Volgens de Groenen brengt hij steeds nieuwe maar kunstmatige noden en behoeften aan de oppervlakte, een artificieel opgewekte vraag die uitmondt in een ongebreidelde ekonomische groei. Uiteindelijk leidt dit, aldus deze denkschool, tot de algehele ontaarding en uitputting van de natuurlijke omgeving.
Bestaat de oplossing erin de vooruitgang en technologische vernieuwing stop te zetten? Is het wenselijk terug te keren naar de samenleving van door de industrializering? Vrijwel niemand zal daar ja op antwoorden. Niet-industriële samenlevingen leven ongetwijfeld in een minder besmeurde omgeving, maar naar die toestand wordt nergens ter wereld gestreefd. Het is er immers ook een zonder moderne geneeskunde, zonder de fantastische kommunikatiemogelijkheden die vandaag de aardbol zo klein maken, zonder de vrijheden ook waarvan we nu genieten. De derde-wereldlanden bewijzen dat. Maar als we niet kunnen terugkeren naar de maatschappij van de 17de of 18de eeuw, zouden we dan geen kleinere stap terug kunnen zetten en bijvoorbeeld de vooruitgang en de technologie bevriezen op het huidig niveau? Wat dan met de ekonomische ongelijkheden en technologische achterstanden die vandaag bestaan? Wat met de ontwikkelingslanden? Wat met de ongelijkheden ook in onze eigen samenleving? Indien de ekonomie groeit, kunnen de ongelijkheden worden weggewerkt. Indien niet, moet ergens welvaart worden weggetrokken op gevaar af dat de hele ekonomie ineenstort.
Het we het ook bekijken, het ekologisch vraagstuk moet op een andere, slimmere manier worden aangepakt dan door het aan banden leggen van de ekonomische vooruitgang en de technologische vernieuwing. In plaats van terug te keren naar het verleden of de toestand te bevriezen, moet de aantasting van de natuurlijke omgeving worden bestreden door de vrije ekonomie, de politieke demokratie en precies de welbegrepen vooruitgang waarvoor zij samen kunnen zorgen.
Eerst en vooral laat de demokratie toe dat een probleem als het ekologische veel sneller aan de oppervlakte komt dan onder eender welk totalitair bewind. De nukleaire en ekologische vuilnisbelt die de socialistische regimes in Oost-Europa nalieten, spreekt ter zake boekdelen. Maar bovendien laat de demokratie toe een aantal voor onze rechtbanken afdwingbare ekologische rechten en doelstellingen in de wetgeving in te schrijven, waardoor het leefmilieu, het herstel of de aantasting ervan een waarde krijgt. Een waarde die in een vrije ekonomie in de prijs van goederen of diensten zal doorberekend worden. Hoe zwaarder een produkt het leefmilieu aantast, hoe hoger de prijs en omgekeerd. Het enige waar over moet worden gewaakt, is dat de milieurechten en de doelstellingen die zij bevatten op een vlotte wijze voor de rechtbanken afdwingbaar zijn. Hiertoe is bijvoorbeeld nodig dat milieuverenigingen namens individuele slachtoffers kunnen optreden of door die slachtoffers ervan te ontslaan om, naast het geleden nadeel, ook de fout te bewijzen die door de producent zou zijn begaan. Alleen dan zal de producent er zorg voor dragen dat er geproduceerd wordt zonder het leefmilieu aan te tasten of, als dit echt niet zou kunnen, dat de vergoeding voor de aantasting van het leefmilieu die door de produktie veroorzaakt werd in de prijs doorberekend wordt.
Het prijsmekanisme biedt de sleutel om burgers en bedrijven aan te zetten tot een milieuvriendelijke produktie en konsumptie. Het noopt ertoe snel nieuwe technologieën en milieuvriendelijke produktiemethodes te ontwikkelen, wil men uiteindelijk niet uit de markt worden geprijsd. Dit weldoend effect van het prijsmekanisme op het leefmilieu kan nog worden versterkt door in de belastingen die geheven worden op het verbruik, de zogenaamde indirekte fiskaliteit, een ekologische dimensie in te bouwen. Konsumptiegoederen die zwaar het milieu aantasten, pvc-flessen, loodhoudende benzine, dieselmotoren en noem maar op zouden aan een veel zwaardere belasting onderhevig zijn dan minder of niet vervuilende verbruiksgoederen: glazen flessen, loodvrije benzine, elektrische motoren, die van een verlaagd of een nultarief zouden genieten. Maar de door een vrije ekonomie geboden vooruitgang is uiteindelijk ook het énige middel dat de ekologische uitputting in de ontwikkelingslanden kan beëindigen. Door die materiële vooruitgang zullen zij niet langer meer genoodzaakt zijn hun eigen natuurlijke rijkdommen uit te putten, zoals dat vandaag het geval is met de ontbossing in Zuid-Amerika en in bepaalde landen van Zuid-Oost-Azië.
De vrije markt is niet alleen het best presterende ekonomische systeem. Ze is ook een etappe op de weg naar de politieke demokratie. Eens de welvaart toeneemt, groeit ook het verlangen van de burger naar inspraak, naar medezeggingschap, naar deelname aan de macht. In de 17de en de 18de eeuw waren het landen met een vrije ekonomie, Engeland en Holland, die het eerst een voor die tijd verrassend verregaande demokratie invoerden, meer dan honderd jaar voor de Franse Revolutie
. En wanneer er vandaag een einde komt aan het apartheidsregime in Zuid-Afrika, dan heeft dat meer te maken met de wetmatigheden van een vrije ekonomie, dan met de boycot die jaren geleden werd afgekondigd. Apartheid steunde immers op de hoop dat men de zwarte arbeidskrachten voor altijd buiten de blanke steden kon houden, in "thuislanden". Voor een vrije ekonomie is zoiets onhoudbaar. Ze biedt plaats aan een werknemer op grond van zijn vorming, zijn bekwaamheden en niet in funktie van zijn familiebanden, ras of zijn huidskleur
. De vrije ekonomie is tenslotte ook het beste wapen tegen maatschappelijke fenomenen als kriminaliteit, korruptie, maffia, bendevorming. Hoe meer een samenleving zich op basis van een vrije ekonomie moderniseert, hoe minder de burger afhankelijk blijft van "tribale" verbanden en zekerheden, waarop de georganiseerde misdaad stoelt.











