De evaluatie
Het Eerste Burgermanifest
Het Tweede Burgermanifest
Het Derde Burgermanifest
“In een vrije samenleving beheert de staat niet de zaken van de mensen. Hij zorgt er wel voor de rechtvaardigheid tussen de mensen, die zelf hun eigen zaken beheren.”
Achtduizend miljard overheidsschuld, veel maar dan het jaarlijks bruto nationaal produkt, het BNP: zoveel tekort heeft de Belgische staat na honderdzestig jaar opgestapeld. België bezit daarmee de omvangrijkste overheidsschuld van alle westerse geïndustrialiseerde landen. De overheid besteedt jaarlijks bijna 700 miljard frank uitsluitend aan het betalen van de interesten op de uitstaande schuld. Die 700 miljard vertegenwoordigt bijna veertig procent van alle ontvangsten. Mede daardoor is de fiskale druk in België na Noorwegen, Zweden en Denemarken de hoogste van heel de wereld, namelijk 46 procent van het BNP, terwijl de rentetarieven, ondanks de enorme spaarzin van de burgers, oplopen tot meer dan acht procent, wat een enorme handikap betekent voor al wie wil investeren en wil ondernemen.
Dat zijn de naakte cijfers. De werkelijkheid is zo mogelijk nog dramatischer. Ondanks de enorme uitgaven en de jaarlijkse tekorten verwaarloost de staat steeds meer en meer haar essentiële opdrachten, de kontrole over het leefmilieu, het verzekeren van de veiligheid van de burgers, de goede werking van het juridische en politionele apparaat, de opvang van onze oudere medeburgers. Voor al die taken heeft de overheid nog nauwelijks geld, gewoon omdat ze de beschikbare middelen uitgeeft aan zaken zoals het beheren van banken, telefoon- en luchtvaartmaatschappijen, waar ze zich in wezen niet mee zou moeten bezighouden.
Het onvermijdelijke gevolg is een "verpaupering" van de staat, onderbetaalde en ontmoedigde ambtenaren, met onkruid begroeide wegen, slecht uitgeruste politiediensten, magistraten die nog altijd hun vonnis met de hand moeten schrijven en een samenleving die steeds meer en meer verkommert. Een stijgende kriminaliteit, een torenhoge gerechtelijke achterstand, een groeiende vijandschap tussen kulturen en bevolkingsgroepen, een schamele opvang van armen en bejaarden, slijtage van technische infrastrukturen. Bij het einde van de twintigste eeuw dreigt die "verpauperde" staat ook de materiële welvaart van ons land te vernietigen. De 8000 miljard openbare schuld zullen immers door de komende generaties moeten worden afgelost en dat op een ogenblik dat er tengevolge van een krimpende demografie en de vergrijzing van de bevolking nog ettelijke honderden miljarden méér nodig zullen zijn. In feite "parasiteren" wij en onze voorgangers op de rug van onze nakomelingen. Wij hebben een onbetaalbare verzorgingsstaat en een torenhoge overheidsschuld laten ontstaan. Die zal in de komende decennia echter moeten worden terugbetaald. België zou een paradijs kunnen zijn, indien die schuld niet bestond. Nu zullen onze kinderen en kleinkinderen hun leven lang ten koste van hun eigen welvaart moeten werken om de lasten terug te betalen voor de vrijgevigheden, die wij en onze voorouders onszelf hebben veroorloofd.
Eén zaak staat vast. Hoe meer de samenleving verstaatst is, hoe gebrekkiger zij werkt, hoe slechter zij wordt geregeerd. In een verstaatste samenleving is de overheid niet alleen log en inefficiënt, ze is blijkbaar ook niet bekwaam de diensten te verschaffen die de burger wenst en waarop hij trouwens recht heeft. De samenleving heeft minder staat en tegelijk meer regering nodig, minder almacht en meer bekwaamheid. De rol van de staat dient drastisch te worden herzien, de overheidsuitgaven radikaal herschikt. Tal van overheidstaken moeten worden opgedoekt.
Prijzenkontrole of het subsidiëren van bedrijven vervalsen de konkurrentie en benadelen de konsument. Afschaffen dus. Andere taken zoals landsverdediging kunnen nu, na de koude oorlog, aanzienlijk worden gereduceerd: het leger moet worden ingekrompen en de dienstplicht afgeschaft. De militieplicht is trouwens ontaard. Miliciens worden gebruikt als goedkope knechten voor het vuile werk en worden niet meer opgeleid voor moderne, technologische oorlogsvoering. Nog andere overheidstaken moeten worden afgestoten en geprivatiseerd: Sabena, de openbare kredietinstellingen, de RTT, de Regie voor Maritiem Transport, enzovoort. Tegelijkertijd moeten de participaties, die de staat in de ekonomie bezit, worden verkocht. Zo kunnen de portefeuilles van de nationale en gewestelijke investeringsmaatschappijen en de bezittingen van de talloze "investen" die sinds het midden van de jaren zeventig met overheidsgeld werden gekreëerd, aan de man worden gebracht. Hetzelfde dient te gebeuren met de aandelen die de staat verwierf in Distrigaz en de elektriciteitssektor. Ook delen van de Spoorwegen en de Post komen ervoor in aanmerking.
Al deze aktiviteiten moeten ook worden geliberalizeerd. Of het nu gaat om een publiek of een privaat monopolie is daarbij van geen belang. De transport-, telefoon-, telekommunikatiemarkten moeten dringend worden opengegooid voor de vrije konkurrentie. Alleen dan bestaat er een kans dat zich op deze toekomstgerichte markten nieuwe, zowel grote, kleine als middelgrote bedrijven zullen ontwikkelen, en dat ze in staat zullen zijn te wedijveren met hun buitenlandse rivalen. Voor België is dat van levensbelang. Wij zijn een land dat, in het hart van Europa, moet leven van diensten en van wat men aktiviteiten met hoge toegevoegde waarde noemt. Vlaanderen en België kunnen uitgroeien tot het knooppunt en zenuwcentrum van de grote Europese markt. Maar daartoe is het wel noodzakelijk dat ons land over een moderne verkeersinfrastruktuur, snelle spoorwegverbindingen, solvabele banken en performante kommunikatienetwerken zou beschikken. Dat is vandaag niet meer het geval. Steeds meer diensten en aktiviteiten dreigen zich te verplaatsen naar Amsterdam, Londen of andere grote steden. Als we dit willen tegenhouden, is de privatizering en liberalizering van tal van overheidsbedrijven en -aktiviteiten onontbeerlijk geworden. Tenzij men natuurlijk voorrang blijft verlenen aan de bekrompen visie van de grote vakbonden, voor wie iedere privatizering uit den boze is omdat ze het einde zou betekenen van de syndikale machtsgreep op grote delen van onze samenleving, om nog maar te zwijgen van de talrijke vetbetaalde beheersmandaten die zouden verloren gaan
.
Vrij snel moet opnieuw een overschot op de begroting worden aangelegd, waarmee de zware erfenis van de overheidsschuld kan worden weggewerkt. Dit gaat dus veel verder dan die zogenaamde Maastricht-norm, waar te pas en te onpas naar wordt verwezen. Een overschot op de begroting is trouwens ook de enige mogelijkheid om te komen tot een drastische inkrimping van de belastingdruk en een diepgaande heroriëntering en herschikking van de overheidstaken, waarbij de regering en de regeerders opnieuw aandacht besteden aan de échte noden en geld vrijmaken voor de essentiële opdrachten van de staat (een beter uitgerust politiekorps, een beter werkend gerechtelijk apparaat, een snellere afhandeling van adeministratieve dossiers...). Daarbij moet ook de paperasserij, de wildgroei van administratieve voorschriften, vergunningen en reglementeringen drastisch worden ingeperkt. Die wildgroei is, zoals reeds gezegd, vandaag een bron van ambtsvervuiling en geritsel. Ambtenaren zijn ook maar mensen van vlees en bloed. Sommigen kunnen aan de verleiding niet weerstaan om in ruil voor een persoonlijk voordeel af en toe "iets te regelen" of "het dossier bovenop de stapel te leggen".
Tenslotte moet tussen burger en staat een charter worden afgesloten, een plechtig kontrakt dat de garantie van snelle en goede dienstverlening biedt. Zo moet, net zoals dit in de private sektor het geval is, schadevergoeding worden betaald wanneer de kontraktuele normen niet worden nageleefd. Wordt de telefoon niet geïnstalleerd op de afgesproken dag of binnen de zeven dagen na de aankoop, krijgt een pensioendossier zijn beslag niet binnen de maand na de aanvraag of blijft de administratie in gebreke binnen de wettelijke termijnen de nodige vergunningen af te leveren, dan moet de staat verplicht worden schadevergoeding te betalen aan de burger of het bedrijf die daarvan het slachtoffer werd.











