De burgerdemocratie

“De wetgevende macht is geen absoluut willekeurige macht over het leven en het vermogen van het volk. Het is een macht die geen ander doel heeft dan instandhouding, en men kan er derhalve nooit het recht aan ontlenen de onderdanen te vernietigen, tot slaaf te maken, of opzettelijk te verarmen.”
John Locke, Tweede Verhandeling over het Staatsbestuur.
De demokratie wint veld over de hele wereld. Paradoksaal kent de demokratie een krisis in de demokratieën zelf. Op het ogenblik dat ze op haar hoogtepunt staat, is ze onderhevig aan nog nooit gekende interne spanningen. Het is of zich in onze samenlevingen een sluipend gif verspreidt, dat de demokratie niet dadelijk doodt, maar de werking van de oude instellingen geleidelijk aan ondermijnt. Korporatisme, kliëntelisme, korruptie en de inhoudsloosheid van het politiek debat maken, dat de burger zich massaal afkeert van het openbare leven, van de res publica. Wat baat het zich ervoor te interesseren, zo redeneert hij, wanneer men met zijn mening toch geen rekening houdt. De burger heeft immers het gevoel dat eens de verkiezingen voorbij zijn, de politici hem toch maar als een onvolwassene beschouwen, aan wie hij moet gehoorzamen, omdat hij hen gekozen heeft om hem te leiden. Die tragische frustratie moet worden weggewerkt. De burger moet opnieuw greep krijgen op de demokratie, de demokratische instellingen en de politici die ze bevolken. Dat is de eerste opdracht.

Dat vergt een radikale herdenking van de politieke kultuur. De burger moet eindelijk opnieuw zelf kunnen bepalen welke problemen moeten worden aangepakt en hoe. Hij moet invloed krijgen op wie in het parlement zal zetelen en wie de dienst in de regering zal uitmaken om wat te beslissen. Thans is dat niet het geval. De burger kiest voor iets of iemand, voor of tegen de regering, voor of tegen het regeringsbeleid. En wat krijgt hij? Net het tegenovergestelde. Zijn invloed op de samenstelling en het beleid van de regering is totaal onbestaande.

Sedert de tweede wereldoorlog kenden we 36 regeringen. Slechts in 1950, 1954, 1958, 1971 en 1985 kreeg de kiezer een beetje greep op hun samenstelling . In alle andere gevallen stond de verkiezingsuitslag haaks op de koalitie die achteraf werd gevormd. De burger neemt dit niet langer. Hij werd opgevoed in de demokratische gedachte dat als hij tegen een regering stemt, er ook een ander beleid op volgt. Vandaag gebeurt net het tegenovergestelde. De laatste Martens-regering van kristen-demokraten, socialisten en Volksunie werd gevormd tegen de uitslag in van de verkiezingen van 13 december 1987. Op 24 november 1991 verloren de regeringspartijen opnieuw bijna één miljoen stemmen. En na wat taktisch onderhandelen, deden ze gewoon verder alsof 24 november niet had bestaan.

Bovendien worden om de haverklap maatregelen genomen die, anders dan in onze buurlanden geëist en gedaan wordt, nooit aan het oordeel van de kiezer worden voorgelegd. De opeenvolgende staatshervormingen van 1988 en 1989 die ons land totaal onbestuurbaar hebben gemaakt, werden tijdens de verkiezingskampagne van 1987 door geen enkele van de latere regeringspartijen ter sprake gebracht. De lawine belastingverhogingen die de burger nu te verduren krijgt evenmin. Noch de kristen-demokraten, noch de socialisten repten er met één woord over in hun verkiezingsprogramma's. Hoeft het dan te verwonderen dat de burger zich afkeert van dit willekeurige politieke gezag?

De afschaffing van de stemplicht en de invoering van het stemrecht is een eerste stap om orde op zaken te stellen. De stemplicht ontneemt de allereerste keuze aan de burger: de keuze te gaan of niet. Hierdoor hoeven de politici geen inspanning te doen om het publiek ervan te overtuigen aan verkiezingen deel te nemen. Wie niet meedoet, wordt gewoon gestraft door de rechter. Dat komt de politici goed uit: alles heeft er immers de schijn van dat de door hen zo verwaarloosde demokratie perfekt werkt. Dat is een illuzie. Ook de burger die in geval van de invoering van het stemrecht niet zou gaan stemmen, stelt een belangrijke politieke daad. Hij laat weten dat de politiek niet bezig is met die problemen waarmee hij in zijn dagelijks leven te maken heeft. Door weg te blijven, stelt hij wel degelijk een politieke daad.

Een tweede anakronisme dat moet worden weggewerkt, is het tweekamerstelsel. Destijds in het leven geroepen om de belangen van de hogere klassen te beschermen, is het vandaag volledig voorbijgestreefd. Het verhoogt alleen het aantal politieke mandaten, remt de besluitvorming en verhindert in genen dele de totstandkoming van slechte, slordige of overbodige wetten, integendeel zelfs. Ook de lijststem (‘“kopstem”’) moet ter diskussie worden gesteld. Vandaag zijn het de politieke partijen met hun zuilen, standen en drukkingsgroepen, die bepalen wie er al dan niet wordt gekozen. In feite gaat het om vooraf geregelde koöptaties die, enkele strijdplaatsen niet te na gesproken, gewoon bevestigd worden door het stembusritueel. Door de kopstem af te schaffen of ze in elk geval niet te gebruiken om aan de eerst gerangschikte kandidaten een zetel toe te wijzen, worden alle kandidaten op voet van gelijkheid geplaatst. Wie het meeste stemmen haalt, is verkozen. Deze maatregel is nodig in afwachting dat net zoals in andere landen ook in ons land voorverkiezingen of primaries zouden worden georganiseerd. Elke burger die op zijn gemeentehuis zijn partijvoorkeur zou laten registreren, zou alzo de kans krijgen om mede de lijstsamenstelling te beïnvloeden.

De burger opnieuw greep geven op de politiek en de politici, vereist dat de burger ook de kans krijgt zelf te beslissen over essentiële punten. Vele, vooral beroepspolitici zijn daartegen gekant. Voor hen is, zoals de jakobijnse traditie het wil, de burger een vrije slaaf die ‘“bij kontrakt”’ (lees verkiezingen), een deel van zijn individuele vrijheid en zijn persoonlijke rechten heeft afgestaan aan het ‘“algemeen belang”’ (lees de politiek). Voor hen is het niet wenselijk dat de burger zelf spreekt, beslist of regeert. Hij wordt daar niet toe in staat geacht. Alleen zij die verkozen zijn hebben het politieke leven in handen. Dat is een reduktionistische visie, die de mogelijkheden van de mens miskent . Een drogreden ook, die verraadt dat het deze politici er in feite niet om te doen is de kiezers te vertegenwoordigen, maar wel de burgers te doen gehoorzamen. De burger de kans geven rechtstreeks te beslissen, is daarom een noodzakelijke stap in het dichten van de kloof tussen burger en politiek.

Eerst en vooral door het invoeren van het referendum, gemeentelijk, regionaal of federaal. Net zoals in Zwitserland, Italië, de Verenigde Staten of Frankrijk het geval is, is het een onontbeerlijk instrument om maatschappelijke problemen te beslechten of op de agenda te plaatsen die gedurende jaren of zelfs decennia door de politieke klasse werden genegeerd. Wie zegt dat een referendum te manipuleren valt, is vergeten dat dit even goed kan bij parlementaire verkiezingen. Hitler kwam aan de macht langs parlementaire verkiezingen. De Gaulle werd de laan uitgestuurd na een referendum. Politieke manipulatie onmogelijk maken is ook één van de redenen voor de oprichting van een konstitutioneel hof in ons land, een grondwettelijke rechtbank waartoe iedere burger, ook al staat hij helemaal alleen, zich moet kunnen wenden om, desnoods tegen de meerderheid in, politieke beslissingen te laten nietig verklaren, die zijn elementaire rechten en vrijheden bedreigen of schaden. Want ook de meerderheid, net zoals de groep of de massa kan zich vergissen en irrationele stappen zetten.

Uiteindelijk moet de burger zelfs de kans krijgen een deel van zijn belastingen toe te wijzen. In plaats van de partijen, hun zuilen en hun drukkingsgroepen telkens weer te laten bepalen wat er met het geld van de belastingbetaler gesubsidieerd wordt, zou de burger de mogelijkheid moeten gegeven worden om op zijn aangifte te bepalen waaraan een deel, bijvoorbeeld één vijfde, van de door hem betaalde belastingen zouden worden besteed: Artsen zonder Grenzen, Greenpeace, het stedelijk museum, het teater, een te restaureren monument of de school van zijn kinderen.

Een laatste, beslissende ingreep die moet worden doorgevoerd, is de aanmaak van een nieuw kiesstelsel. We moeten weg van een elektoraal regime dat zoals in Italië, Polen of Frankrijk leidt tot versnippering en balkanizering. In zo'n situatie kan nog slechts een regering worden gevormd wanneer meerdere partijen voor de kiezers onherkenbare kompromissen afsluiten, wat dan weer tot afkeer van de politiek leidt. Daarom moeten we een metode vinden waarbij de keuze van de burger veel rechtstreekser gaat doorwegen in de vorming van de regering en het beleid dat zij zal voeren, eens zij aan de macht is. Het Angelsaksische kiessysteem met kleine distrikten, waar in één kiesronde de kandidaat verkozen wordt of het Franse stelsel van weleer, waarbij in een tweede stemronde wordt uitgemaakt wie van de twee best geplaatste kandidaten uit de eerste ronde de verkozene van het volk wordt, kunnen als voorbeeld dienen.

Een verschuiving in stemmen van meerderheid naar oppositie leidt in Groot-Brittannië tot een nieuwe regering. In België doen zich geregeld elektorale aardschokken voor, maar het zijn altijd dezelfden die ondanks hun afstraffing gewoon verder regeren. Het kiesstelsel speelt hierin een beslissende rol. In het Angelsaksisch en voorheen ook in het Franse systeem staat de burger voor een duidelijke keuze. Hij moet kiezen tussen meer vrije markt en minder belastingen of meer staatsinmenging en beslag op het nationaal inkomen. Het valt zelfs te betwijfelen of het Angelsaksische regime de nieuwe zorgen van de kiezers minder snel aan bod laat komen, zoals wel eens wordt beweerd. In een meerderheidsstelsel zullen de grote partijen sneller geneigd zijn rekening te houden met de bekommernissen die leven onder de burgers. Vlug inspelen op de problemen en verwachtingen van de bevolking kan een stemmenverschuiving tot gevolg hebben, die cruciaal kan zijn om de meerderheid te verwerven en verkozen te zijn. Wat er ook van zij, de direkte keuze tussen twee beleidsopties zorgt voor voldoende betrokkenheid van de burger bij het beleid, om te maken dat de Britse demokratie niet enkel één van de oudste van Europa is, maar, zoals uit de verkiezingen van mei 1992 blijkt, ook één van de meest springlevenden. Zij heeft geen last van anti-politieke reakties zoals die zich op het vasteland voordoen.

Tenslotte is er naast al deze radikale hervormingen, ook een nieuwe politieke mentaliteit noodzakelijk, een andere politieke stijl. België heet nog wel een demokratie, maar er zijn nog nauwelijks politici die zich gedragen zoals het in een demokratie hoort. De regering, de huidige net zoals de vorige, is voortdurend onderhevig aan diskussies en ruzies, waarbij sommigen alle deontologische regels met de voeten treden. Om dan nog maar te zwijgen van die politici die er een stelselmatig genoegen in scheppen de meest elementaire regels van hoffelijkheid en beleefdheid aan hun laars te lappen. Maar het belangrijkste is ongetwijfeld dat eindelijk in dit land eens de regel zou moeten worden toegepast dat hij, die als minister een fout maakt of het parlement of de publieke opinie voorliegt, aan de kant wordt gezet .

Normaal lettertype Groter lettertype Extra groot lettertype
burgermanifest.be
openvld-lila.be
OpenTube.be
Rapport Van Mechelen
Word Lid
Liberale lijn in Regeerakkoord
Bezoek de Brainlane website