Verantwoording
De weg naar politieke vernieuwing - Het Tweede Burgermanifest

Zondag 24 november 1991. Eén miljoen burgers staken hun tong uit naar de politiek. Wantrouwen tegenover het openbare gezag en zijn optreden heeft – zeker in Vlaanderen – altijd wel bestaan, maar de kloof was nog nooit zo diep. Het nieuwe aan de toestand is, dat de politicus niet meer als medeburger aangezien wordt of als afgevaardigde van de burger, als zijn verkozene. In de ogen van de mensen is er een nadrukkelijk verschil ontstaan tussen wat een burger en wat een politicus is.

Vroeger was dat niet zo. Politici leefden enigszins teruggetrokken, onder de mensen en hoefden niet in de media rond te draaien. Zij waren in de eerste plaats burger zoals iedereen, slechts verantwoording verschuldigd aan hen die hen hadden verkozen.

Buiten de eigenlijke politiek ontstonden nog vele vormen van burgerlijke samenwerking. Vakbonden, mutualiteiten, spaarkassen, landbouwersverenigingen en dergelijke. Geleidelijk aan zijn de politici samen met die tot zuilen uitgegroeide verbanden ‘“de politiek”’ geworden, een apart lichaam in de maatschappij, een externe factor, waaraan de burger zich desnoods kon onderwerpen of waartegen hij wil optornen. Burger en politiek zijn twee totaal verschillende zaken geworden.

De burger zit nu met het gevoel dat de politicus ‘“andere”’ belangen moet verdedigen dan de zijne, belangen van ‘“standen”’, drukkingsgroepen en organisaties, die hun spontaan, zelfregulerend karakter hebben verloren. Burger en politieke klasse zijn daardoor van elkaar vervreemd geraakt, ondanks de veelvuldige ‘“kontakten”’. De burger voelt dat de politicus in grote mate met zichzelf en zijn ‘“achterban”’ bezig is en er daarbij nog een weinig begrijpelijk taalgebruik op nahoudt.

Het negeren van verkiezingsuitslagen, het weigeren van door de kiezer gevraagde koerswijzigingen, het door blijven voor zijn ‘“signalen”’, levert de burger het bewijs, dat niet zijn stem belangrijk is, maar de interne regels en de eigen logica van het politiek bedrijf.

We moeten weliswaar niet trachten van elke burger een politicus te maken, maar wel van elke politicus opnieuw een burger. Hiermee hangt ook het probleem van ‘“de politieke roepingen”’ samen. Er zijn er nog nauwelijks. Men wordt tot politicus ‘“gemaakt”’ door openlijke of verkapte koöptatie binnen bepaalde, van de buitenwereld afgesloten cenakels. Er wordt op een universiteit of in een studiedienst nog wel ‘“een politieke loopbaan”’ ontdekt, maar er zit nog nauwelijks gedrevenheid in. Een partijsekretaris, verkozene of minister die verkondigt dat hij een maatschappelijk ideaal heeft, waarvoor hij wil leven en moeite doen, wordt waarschijnlijk door niemand meer geloofd. Het grote publiek heeft al te veel van die valse ‘“roepingen”’ meegemaakt, te veel valse kaarten zien uitspelen.

We moeten de politiek aan de burger teruggeven. Er is opnieuw nood aan een politieke beweging, die tot in het merg gehecht is aan de stelling, de democratie is er voor de burger, door de burger en van de burger. Als dat inzicht niet hersteld wordt, zullen zij die het poltieke bedrijf hartgrondig beu zijn en dus afhaken in aantal blijven toenemen.

Niet de zogezegde onverschillige, kalkulerende, cocoonende, egoïstische zoniet frauderende burger moet naar de politiek worden ‘“teruggebracht”’, zoals dat nu heet. Maar de politicus moet opnieuw een beweging richting burger maken. Hij is het die de verzoening tot stand dient te brengen, en niet andersom. Hij moet opnieuw oplossingen kunnen aanbieden voor bijvoorbeeld de spanningen tussen de bevolkingsgroepen, het aangetaste leefmilieu, de onveiligheid, de hoge kriminaliteit, de gerechtelijke achterstand. Dit manifest wil die weg afleggen.

Het motief ervan is: vermijden dat het samenleven zonder een authentieke politiek valt, dat het schraal en dor wordt, zoniet gevaarlijk. Ongekontroleerde macht gedijt namelijk goed in een verziekt klimaat. Als burger en politiek niet opnieuw een eenheid gaan vormen, wordt uiteindelijk de politieke demokratie zelf aangetast.

Dat ‘“de mediatizering het werk van de politicus heeft bemoeilijkt”’ is een vals argument. Het getuigt van een houding: ‘“ik moet uitkijken met wat ik zeg, me niet verraden, me niet laten vangen”’. De ware burger-politicus heeft die houding niet nodig, hij moet geen twee rollen spelen, geen bepaalde redeneringen of antwoorden ontwijken. Hij moet spreken zoals hij denkt. Dat is vandaag in de politiek zo uitzonderlijk geworden, dat het meteen als een bijzondere kwaliteit wordt gesignaleerd. ‘“Hij spreekt de taal van de mensen,”’ zo luidt het dan, met een zweem van verbazing.

De politiek opnieuw verzoenen met de burger betekent ook dat gedetailleerde bemoeienissen vermeden dienen te worden. De politiek moet iedereen zijn kamer aanwijzen, niet zeggen waar de deur en de trap hoort te staan. Van zodra de politiek dat laatste doet, wordt ze voor de mensen iets vijandigs. Dat gebeurt ook met goede buren, die zich te veel aan elkaar beginnen op te dringen. Daar komt ruzie van. Echte politiek is het oplossen van konflikten die zich onvermijdelijk in elke maatschappij voordoen. Maar ze moet niet de dikte van de huismuren en -ramen bepalen, maar ervoor zorgen dat het buiten die muren, op straat dus, veilig is.

Kortom, dit manifest wil de basis leggen voor politieke vernieuwing, voor een nieuwe politieke beweging die de burger opnieuw in het centrum van het politiek gebeuren wil plaatsen. Of het lukt, of we de klassieke machtsuitoefening kunnen doorbreken, of we de politiek ingrijpend kunnen hervormen, zodat zij zich opnieuw met de burger verzoent, is dé inzet.

Guy Verhofstadt - Gent, 14 mei 1992.

Normaal lettertype Groter lettertype Extra groot lettertype
burgermanifest.be
openvld-lila.be
OpenTube.be
Rapport Van Mechelen
Word Lid
Liberale lijn in Regeerakkoord
Bezoek de Brainlane website