Het nieuwe denken

Allemaal in de reageerbuis

Grenzen verleggen. De vraag is uiteraard: hoe? Hoe kunnen we leren uit de bevindingen van al die vernieuwers op de vele terreinen van het maatschappelijk leven waar de renaissance zopas opbloeide. Een renaissance van mensen die in laboratoria, op bedrijfsvloeren, in concertzaaltjes en poëziebundels of gewoon in hun hobbykamer het wonder van zichzelf toonden. Die door het vasthouden van de opbeurende gedachte ik ben uniek iets voortbrachten waar iedereen wat aan heeft.

Een verband leggen tussen die zo hard zijn best doende wereld en de dichtgetimmerde politiek, kan dat? Het lijkt gewaagd. Maar anderzijds: mág de politiek iets anders zijn dan een correcte spiegel, mag ze afwijken van het beeld zelf van de samenleving die ze beweert te ordenen? Of is het uitgerekend omdat de politiek nu zo grondig afwijkt van wat overal elders werd uitgevonden, dat ze zo onbruikbaar lijkt, zoveel onvrede en afstand heeft geschapen.

In de natuur- en scheikunde, met hun uitlopers in de biologie, zijn de jongste decennia nieuwe opvattingen gegroeid, die een breekpunt zijn met de bestaande. Kort gezegd komt het erop neer dat aan zekerheden van drie eeuwen oud een einde werd gesteld. Tussen de tijd van Isaac Newton en Alfred Einstein was een onweerlegbare gedachte ontstaan en steeds weer bevestigd: het heelal, de materie en de natuur gehoorzamen aan grote, overal en altijd geldende wetten. De planeten draaien, het water stroomt, de appel valt naar beneden, water kookt op honderd graden, rond de atoomkern draaien elektronen, de tijd is onomkeerbaar.

Het is hier niet de plaats om de heerlijke, want altijd spannende ideeënwereld van de wetenschap in al zijn verrukkelijke details op te roepen. Ik ben daar trouwens niet bevoegd voor, ik zie alleen maar iets betoverends. Alleen van belang is de vaststelling dat, na de eeuwenlange opbouw van de fysica met haar universeel betrouwbare wetten, ook de sociale wetenschappen zoiets wilden. Om op mens en samenleving toe te passen. Zo ontstond, een beetje ruw samengevat, het marxisme. Ook het verschijnsel mens, alleen en met velen samen, heette te gehoorzamen aan de wet van actie en reactie binnen allerlei psychische en groepsdynamische processen.

Het kwam er slechts op aan om die goed te kennen, te ontsluieren. Dan zou de wetenschap de geschiedenis van de samenleving zoniet bij voorbaat kunnen kennen, dan toch haar verloop redelijk goed in de hand kunnen houden. Men zou tijdig de nodige sociale scheikunde kunnen beoefenen, mindern koningen bij meer legers plus nog wat universiteiten en staalproducentie erbij, om de wereld (zeg maar: de bestaande machtsverhoudingen) in evenwicht te houden. Iemand als Lenin geloofde daar ook wel in, maar hij wou de reageerkolf flink doen bruisen en dampen om een andere chemische reactie te krijgen, de revolutionaire. Zijn opvolgers beperkten zich tot het psychiatrisch (= medisch en dus wetenschappelijk objectief) laten behandelen van politieke tegenstanders.

Maar de wetenschap brengt ons sedert enkele jaren verontrustend nieuws: er klopt iets niet. Zelfs de heilige big bangtheorie over het ontstaan van het heelal dat als een ontploffende sterrenwolk verder uiteenspat (uitdijt), wordt nu vrijwel waardeloos geacht. Men moet opnieuw beginnen, of althans een paar zijwegen inslaan. Het was trouwens de Belgische Nobelprijswinnaar Ilya Prigogine die, samen met anderen, de kat de bel aanbond. Niet alles, concludeerde hij, ligt star ingesnoerd in het korset van Newton en Einstein. Het al zolang gangbare determinisme, waarin geen plaats is voor onzekerheid of onvoorspelbaarheid, is op zijn minst onvolledig. We zien in de natuur ook grillige (dissipatieve) processen (zoals het weer of kokende waterbelletjes) waarin atomen en moleculen zich volstrekt vrij gedragen. Ze kiezen zonder aanwijsbare reden hun eigen weg, naar believen.

De fysica van de sterrenkunde laat ons een heelal zien dat niet statisch is, niet morsdood geslagen door de wetten van zwaartekracht of warmte. Nee, het is een dynamisch universum, met bijvoorbeeld zwarte gaten die door de klassieke natuurkunde niet kunnen worden verklaard, net zoals de raadselachtige stagflatie niet kon kloppen met het handboek van de zelfverzekerde aardse economen in de jaren zeventig en tachtig.

De quantum-mechanica stootte van haar kant o.a. op vreemd, dartel gedrag van de allerkleinste materiedeeltjes (veel miniemer dan atomen) die zich als kameleons kunnen veranderen naargelang van de methode waarmee ze worden waargenomen. Soms doen ze zich voor als een deeltje, dan weer als een golf. Er is bijgevolg geen zekerheid, dus geen wet.

Ook in het moderne onderzoek van warmteprocessen (thermodynamica) of van ingewikkelde scheikundige en biologische verbindingen, constateren de vorsers dat zich binnen de allergrootste en allerkleinste materievormen keuzen voordoen. De betrokken structuur wordt de kans geboden zich op meer dan één manier te gedragen en te ontwikkelen. En niet zozeer noodzaak of toeval, maar doelgerichtheid blijkt die keuze te beïnvloeden.

Niet alles is een aaneenrijging van onafwendbaarheden. Natuur en daarin begrepen de mens werken niet volgens mechanische wetmatigheid. Onbepaaldheid, keuze en initiatief zijn de nieuwe zekerheden van de moderne wetenschap. Ik weet ook wel dat men niet alle gegevens van het materie-onderzoek zomaar op de menselijke psyche (schoonheidservaring, eenzaamheid, liefde, agressie enz.) kan overplanten, maar het argument is toch heel stevig tegenover de plannenmakers, de dirigisten en socialisten die ons als onderdelen van een stoomketel of automotor willen doen gehoorzamen aan hun inzicht, aan hun blauwdruk, aan hun politieke theorie.

Geen plaats voor macht

Ook de economische wetenschap (?) is trouwens haar zekerheden aan het inleveren. Tot voor kort bezag men alle verschijnselen graag binnen een vast systeem. Crisis, werkloosheid, recessie, inflatie of schommelingen op de wisselmarkten zijn defectjes, slijtagefouten in een voor de rest perfect plan- en stuurbaar systeem. Door eraan te sleutelen kan het mankement worden hersteld, als de politici maar verstandig genoeg zijn.

Zoals vrij algemeen bekend, was dit de in heel het Westen aanvaarde leer van de Britse aristocraat maar ook regeringsfunctionaris en diplomaat John Maynard Keynes. Vooral na de crisisjaren dertig verkondigde hij dat de economie eigenlijk een staande klok met gewichten is, een pendule. Dreigt ze stil te vallen, dan treden crisis, inflatie en werkloosheid op. Dus moeten één of meerdere gewichten opnieuw in hun begintoestand worden gebracht. Werkloosheid? Verhoog het budget voor publieke investeringen. Inflatie? Laat de geldhoeveelheid dalen.

Keynes en zijn navolgers, zoals de nog straffere econometristen, zagen in de avontuurlijke economische ontwikkeling van mensen, landen en werelddelen een mathematisch model, een loutere verzameling van statische numerieke grootheden, een rekenmachine, een geheel waarin het ene automatisch volgt uit het andere. Koud, eigenlijk. En harteloos tegenover wat in een economie van echte mensen allemaal gehoopt, bevochten, geslaagd, geklungeld wordt.

Keynes was, achteraf gezien en ondanks de smoking die hij zo vaak droeg, eigenlijk een afkooksel van de typische marxistische denker. Die zag de economie echter niet als een Zwitsers horloge of een zakjapannertje, maar als een hamer en een sikkel, een werktuig in de handen van de bovenlaag van politieke leiders die op hun beurt de staat belichaamden, overigens met meestal breed uitgemeten lichamen.

Zij spraken: we zullen de behoeften van de mensen dekken. Hoe? Door die behoeften te meten, ze op te tellen en dan een bevel te geven aan de fabrieken, hogescholen, spoorwegmaatschappijen, vissersvloten of landbouwbedrijven. Zij moeten de nodige goederen en diensten produceren, of straffe van.

Eenvoudiger kan het niet: de economie steeds volmaakt, steeds in evenwicht. Werk voor iedereen, en in eigen streek die dan liefst niet verlaten mag worden.

De crisis van de jaren zeventig-tachtig (met die geheimzinnige stagnatie + inflatie = stagflatie in het Westen, met een complete ineenstorting in het Oosten), heeft ons beter geleerd. De economie is geen gehoorzame tractor die aan een voet op het pedaal gehoorzaamt, maar een complex en onvoorspelbaar geheel. Ze biedt het beeld van miljoenen, miljarden mensen met al hun verschillende en grotendeels onbekende mogelijkheden, ambities, onderlinge contacten en toekomstplannen die dan nog voortdurend wijzigen. in de economie worden dagelijks miljarden beslissingen genomen, door niemand te overzien.

Betekent dit de totale willekeur, jungle, overleving voor alleen de meest geschikte? Natuurlijk niet. Net zoals in de natuur de zwaartekracht geldt, bestaan ook in de economie fundamentele regels zoals bijvoorbeeld de wet van vraag en aanbod. Maar, net zoals onder de microscoop of achter de sterrekijker, verklaren die vaste beginselen niet alles. Er zijn nogal wat blinde vlekken, veroorzaakt door de onuitroeibare menselijke vrijheid, initiatiefdrang, creativiteit. Dat is nu eenmaal zo, en wie ermee gedaan wil maken, sticht alleen maar groot lijden zoals de geschiedenis van onze eigen eeuw leert.

Het samen met de natuurwetenschappen vernieuwde economische denken, gaat ervan uit dat men best gediend is door de producerende en verbruikende mens vrij te laten. Als iedereen die kans krijgt, zullen meer middelen voorhanden zijn om de zwakkeren op te vangen, dan in om het even welk bureaucratisch systeem. De markt is namelijk een nooit geëvenaard democratisch mechanisme, waarin eenvoudige of zelfs plechtige regels over de waardigheid van alle mensen volstaan om tot een directe, doeltreffende sociale politiek te komen. Het geld van de consument is daarbij een stembiljet dat de onbekwame producent naar huis kan sturen. Een vrijzinnige belastingbetaler moet op de vrije markt nooit een kardinaal kopen, en een katholiek geen goddeloze. In de gangbare politiek moet dat soms wél. Op de spontane markt bestaan alleen aanbieders en liefhebbers, niemand is ergens toe gedwongen.

Op de markt is geen plaats voor macht, alleen voor dagelijkse verkiezingen. In een moderne samenleving is dat niet eens een slechte sociale moraal.

Normaal lettertype Groter lettertype Extra groot lettertype
burgermanifest.be
openvld-lila.be
OpenTube.be
Rapport Van Mechelen
Word Lid
Liberale lijn in Regeerakkoord
Bezoek de Brainlane website